Gewoon sterrenkroos

Callitriche platycarpa


© Bert Lanjouw

Ecologie & verspreiding
Gewoon sterrenkroos is een amfibische soort die geen bijzondere eisen stelt aan de waterkwaliteit. Als landvorm groeit zij meestal op minerale bodem. Zij is in ons land het meest verbreide sterrenkroos, dat in kalkrijke tot kalkarme, voedselarme tot voedselrijke en zelfs vervuilde wateren kan worden aangetroffen. Toch kan Gewoon sterrenkroos lokaal als indicator van specifieke milieu omstandigheden optreden: bijvoorbeeld bij kwel van zoet water in het kustgebied. Op de pleistocene zandgronden is Gewoon sterrenkroos een kensoort van het Verbond van Grote waterranonkel, kenmerkend voor mesotrofe milieutypen. Gewoon sterrenkroos is algemeen en was dat ook in de afgelopen decennia. De determinatie van Sterrenkrozen is niet altijd eenvoudig en Gewoon sterrenkroos vormt daarop geen uitzondering. Voor geoefende waarnemers is deze soort vaak wel te determineren door middel van (een combinatie van) macroscopische kenmerken.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - herfst

Hoogte - 0,05-0,80 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, éénhuizig

Wortels -

Stengels/takken - Op drooggevallen plekken liggen de stengels op de grond of zijn ze opstijgend. In het water breidt de plant zich uit d.m.v. afgebroken stengelstukken.

Bladeren - Ondergedoken bladeren zijn lijnvormig met een uitgerande top. Drijvende bladeren zijn vaak diepgroen. Meestal hebben de bladeren 3 nerven. Ze zijn gesteeld. bladeren van landvormen zijn kleiner en dikker.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Eenhuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant). De alleenstaande bloemen groeien in de oksels van de rozetbladen. De stijlen staan rechtop tot schuin opzij. De schutbladen zijn sikkelvormig. De plant bloeit maar weinig.

Vruchten - Een splitvrucht. De bruine vruchten zijn vrijwel rond en 1½ mm. De lichtbruine deelvruchtjes zijn op de rug gevleugeld. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).Vaak zijn er echter geen vruchten.

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen in matig voedselrijk tot voedselrijk, maar niet sterk bemest, helder, neutraal, ondiep, stilstaand tot stromend, zoet water met een minerale tot organische bodem (zand, zavel en klei).

Groeiplaats - Water (poelen, plassen, sloten, vijvers, periodiek drooggelegde visvijvers, beekjes en kanalen).
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: voedselrijke wateren
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website