Tamme kastanje

Castanea sativa


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Tamme kastanje staat op zonnige tot licht beschaduwde, warme en kalkarme, matig droge tot matig vochtige, losse en humeuze, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure, vaak kiezelrijke zand- en leemgrond. Ze groeit in loof- en naaldbossen, graag in heuvelachtig terrein, in bosranden, in struwelen en in de binnenduinen en wordt ook aangeplant. De plant kan zeer oud worden en stamt oorspronkelijk uit Zuid-Europa, West-Azië en de Kaukasus. Ze is door de Romeinen in West- en Midden-Europa ingevoerd. De soort is vrij zeldzaam, maar plaatselijk algemeen op de hogere gronden van Midden- en zuidelijk Nederland en in Zuid-Limburg, zeldzaam in Drenthe en in de binnenduinen en verder zeer zeldzaam op de Waddeneilanden en in laagveen-, rivierklei- en zeekleigebieden. De bestuiving geschiedt niet alleen door de wind maar ook (en vooral) door insecten, met name bijen, de zaden worden door grote vogels en knaagdieren verspreid. Tamme kastanje levert goed eetbare zaden en hout van een uitstekend kwaliteit.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juni

Hoogte - 15,00-30,00 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, éénhuizig

Wortels - Een diepgaand wortelstelsel.

Stengels/takken - De 0.5 cm grote knoppen zijn groenachtig bruin, eivormig en met 2 of 3 schubben.

Bladeren - De verspreidstaande, tot 25 cm lange bladeren zijn langwerpig, iets leerachtig, glanzend donkergroen, enkelvoudig en grof en scherp getand. Aan onderkant zijn ze eerst behaard, later worden ze kaal. De grootste breedte zit onder het midden.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Eenhuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant). De lange, aarvormige, geelgroene bloeiwijze groeit rechtop in de bladoksels. Vrouwelijke bloemen groeien aan de voet, meestal 3 aan 3 en mannelijke bloemen er boven. Ze worden tot 20 cm lang, hebben 6 bloembladen, die alleen bovenaan vrij zijn en 6 stijve, draadvormige stempels.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of noot. Met 1 tot 3 gladde, glanzende, eetbare noten (tamme kastanjes). Het omhulsel is een groene, langstekelige, openspringende bolster. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde, warme plaatsen op matig droge tot matig vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure grond (zand en leem).

Groeiplaats - Bossen (loofbossen en hellingbossen), bosranden en zeeduinen (binnenduinen).
Familie: Fagaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: bossen op droge, zure grond
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website