Buntgras

Corynephorus canescens


© Laurens Sparrius

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juli

Hoogte - 0,10-0,35 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Een dicht wortelstelsel. Worteldiepte: 20 tot soms ruim 50 cm en horizontaal tot ongeveer 50 cm buiten de pol. Delen van de lange wortels zijn dicht bezet met korte, fijne zijworteltjes.

Stengels/takken - De stengels zijn blauwgrijs en naar de voet vaak paarsig of roze. De plant vormt zeer dichte pollen.

Bladeren - De stijve, rechtopstaande bladeren zijn borstelachtig ingerold. Ze zijn ruw door hele kleine stekeltjes. Ze hebben een scherpe punt. Het tongetje is spits en 2-4 mm lang.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De zilvergrijze bloempluim is fijn vertakt. Na de bloei is de pluim samengetrokken en vaak roodachtig aangelopen. De aartjes bevatten twee bloemen en zijn 3-4 mm lang. De aaras is behaard. Er zijn twee ongeveer even grote kelkkafjes met één nerf. Ze zijn langer dan de bloemen, die ze omsluiten. De naald van het onderste kroonkafje is knotsvormig verdikt en in het aartje verborgen.

Vruchten - Een graanvrucht. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje). De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar).

Bodem - Zonnige, open plaatsen (pioniervegetaties) op droge, voedselarme, zwak zure, kalkarme, meestal humusarme, vaak stuivende zandgrond. Buntgras is goed bestand tegen extreme omstandigheden zoals grote hitte, droogte, kalkloze, zure bodems en voedselarme situaties.

Groeiplaats - Zeeduinen, bosranden (dennenbos), grasland (droog, zuur grasland), heide, zandverstuivingen, rivierduinen, zandige bermen, greppelkanten, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), afgravingen (zandgroeven) en verlaten akkertjes.
Familie: Poaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: droge, zure graslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website