Smalle beukvaren

Phegopteris connectilis


© Rudolf van der Schaar

Ecologie & verspreiding
Smalle beukvaren staat op secundair lichtrijke tot beschaduwde, vochtige, ± voedselrijke en ± stikstofrijke, kalkarme, zwak zure tot zure bodems (leem, zand en soms löss of veen) waar een hoge luchtvochtigheid heerst. Ze groeit langs beken, greppels en grubben in loof- en naaldbossen, op beschaduwde kiezelrotsen en prefereert daarbij een hellend vlak. Het is een plant van de koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond, vooral in gebergten. Het oostelijke deel van Nederland valt geheel binnen het Europese areaal van deze soort. De plant is zeer zeldzaam in Drenthe, Twente, Achterhoek, het oostelijk deel van de Veluwe, Flevoland en Zuid-Limburg en wordt slechts een enkele keer buiten genoemde gebieden aangetroffen. Deze Beukvaren wordt gekenmerkt door de verspreid staande bladeren met een gewimperde rand en vooral doordat de 2 onderste, vrije deelblaadjes naar beneden gericht zijn. Verder zijn de rondachtige, dicht bij de bladrand liggende sporenhoopjes en het ontbreken van dekvliesjes opvallend.
Groep: varens (sporenplanten)
Status: Rode Lijst: Gevoelig
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: natte bossen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website