Bruinrode wespenorchis

Epipactis atrorubens


© John Breugelmans

Ecologie & verspreiding
Bruinrode wespenorchis staat op zonnige tot meestal licht beschaduwde plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselarme, kalkrijke, grazige grond (zand, mergel en stenige plaatsen). Ze groeit in bossen, in de duinen, in hellinggrasland en kalkgraslanden, op stenige hellingen en op rotsachtige plaatsen. In Zuid-Limburg groeit ze optimaal in kalkhellinggraslanden, soms in de volle zon, maar meestal in de schaduw van bosranden en onder struweel, vaak op plaatsen waar het kalkgesteente dicht aan de oppervlakte ligt en soms zelfs direct op het krijtgesteente. Elders in Nederland staat de soort in struweelranden en bossen op basische tot kalkhoudende grond. De bloemen ruiken duidelijk naar vanille en vaak kan de hele plant naar vanille of naar cumarine geuren. Sinds 1950 is deze Wespenorchis zeer sterk afgenomen en tegenwoordig zeer zeldzaam. De reden van deze sterke afname is niet duidelijk daar de plant in aangrenzende gebieden van Zuid-Limburg nog wel in grotere bestanden voorkomt.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juli

Hoogte - 0,25-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De stengels zijn naar boven toe min of meer viltig behaard. De top is vaak iets roodpaars. De bloeiwijzesteel is vaak langer dan de middelste stengelleden.

Bladeren - Elke plant heeft vijf tot tien spitse bladeren. Ze zijn breed langwerpig tot eirond en omvatten bijna de stengel. Ze staan in twee rijen en zijn langer dan de stengelleden. De onderkant van het onderste blad is roodpaars.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De acht tot achttien afstaande tot half-knikkende bloemen zijn paarsrood en staan wijd open. De buitenste drie bloembladen zijn langwerpig en 6-8 mm lang. De binnenste twee hebben een lichtere kleur, de lip is iets korter en zijn 5½-6½ mm. De top heeft twee of drie wrattige knobbels. De bloemen ruiken naar vanille.

Vruchten - Een doosvrucht. Het bruinachtige vruchtbeginsel is donzig behaard. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige tot meestal licht beschaduwde plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselarme, kalkrijke, grazige grond (zand, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Bossen (loofbossen en naaldbossen), bosranden (kalkrijke zomen), struwelen, grasland (kalkgrasland en hellinggrasland), zeeduinen, afgravingen (zandgroeven), stenige hellingen en rotsachtige plaatsen.
Familie: Orchidaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Ernstig bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: kalkrijke zomen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website