Wilde kievitsbloem

Fritillaria meleagris


© Bert Verbruggen

Ecologie & verspreiding
Wilde kievitsbloem is een kensoort van de Kievitsbloem-associatie en komt voor in matig voedselrijke graslanden met Grote vossenstaart. Deze associatie groeit vooral in uiterwaarden en boezemlanden waar veenvorming heeft plaatsgevonden bovenop een kleilaag en waar dit pakket door een rivier is aangesneden. Wilde kievitsbloem groeit vooral op die plaatsen waar door overstromingen de concurrentie van Grote vossenstaart minder is. Bij Zwolle (Zwarte Water) groeide de plant zo talrijk dat de bloemen in ruikers werden verkocht. De soort werd vroeger niet als wilde plant gezien, maar de natuurlijke standplaats in uiterwaarden is een argument tegen verwildering. Achteruitgang wordt vooral veroorzaakt door de uitbreiding van steden en bedrijventerreinen waardoor standplaatsen verloren gaan. Andere redenen zijn ontwatering, bemesting en beweiding. Het duurt acht jaar voordat de plant uit zaad tot bloei komt, wat voor een deel de kwetsbaarheid bepaalt. De zaden blijven drijven en zijn voor de verspreiding dus afhankelijk van periodieke overstromingen.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - mei

Hoogte - 0,20-0,50 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Een bol.

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn dun en rond.

Bladeren - De verspreid staande bladeren zijn grijsachtig groen, lijnvormig, gootvormig en spits.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Gewoonlijk groeit er 1 bloem aan de stengeltop. Ze zijn donker paarsachtig met witte vlekjes, maar soms zijn ze helemaal wit. De bloemen zijn knikkend, klokvormig en 3 tot 4½ cm lang. Ze hebben 1 stijl. Deze is draadvormig en vertakt zich aan de top in drieën.

Vruchten - Een doosvrucht. De rechtopstaande vruchten staan op een verlengde steel. De zaden zijn afgeplat en enigszins gevleugeld. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige, soms licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke grond (vooral op klei-op-veen, maar ook op leem, zand en zavel). De groeiplaatsen overstromen vaak periodiek en blijven vochtig in de zomer.

Groeiplaats - Grasland (uiterwaarden, nat, licht bemest grasland, hooiland en hooiweiden), bossen (lichte loofbossen) en struwelen.
Familie: Liliaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Bedreigd
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Ecologische groep: natte, bemeste graslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website