Klein springzaad

Impatiens parviflora


© JohnvanderWillik

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - oktober

Hoogte - 0,20-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De kale stengels zijn al of niet vertakt.

Bladeren - De verspreid staande bladeren zijn langwerpig tot eirond, spits en scherp gezaagd. Ze hebben knotsvormige klieren aan beide kanten van de voet van de bladsteel. De bovenste bladeren zijn groter dan de onderste.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De rechte bloemtrossen staan schuin omhoog en bevatten vier  tot tien  bloemen. De bloemen zijn lichtgeel en hebben geen vlekken. Ze zijn met de spoor 0,6-1,8 cm. Ze staan rechtop en steken boven de bladeren uit. De spoor is vrijwel recht en kort trechtervormig.

Vruchten - Een doosvrucht. De 0,5-2 cm lange vruchten zijn cilindervormig. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één  jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Half beschaduwde tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, zwak zure grond (zand en veen).

Groeiplaats - Bossen (loofbossen en beekbegeleidende bossen), bosranden, heggen, houtwallen (voedselrijke zomen), parken, langs holle wegen, tuinen, omgewerkte grond, bij houtzagerijen, aan de voet van muren, enigszins ruderale plaatsen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), ruigten, bij houtransportbedrijven, stortterreinen, zeeduinen en waterkanten (rietkragen langs plassen en kanalen).
Familie: Balsaminaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: voedselrijke zomen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website