< Meer determinatiehulpen

laatst gewijzigd op 06-01-2021

Springzaden - Impatiens in Nederland

Leonie Tijsma, Ruud Beringen & Leni Duistermaat


Inleiding

Herkenning springzaden
Springzaden zijn éénjarige planten uit de Balsemienfamilie. Van juni tot oktober hebben de planten kleurige exotisch ogende bloemen. Rijpe vruchten springen bij de geringste aanraking open en schieten de zaden tot enkele meters ver weg.

Biotoop
Springzaden groeien in bermen, ruigten, bosranden, bossen en langs oevers. Ze groeien op zonnige tot licht beschaduwde plekken op vochtige tot natte en matig voedselrijke tot voedselrijke bodems.

Oorsprong Springzaden in Nederland
Groot springzaad komt als enige van nature in Nederland voor. Oranje springzaad komt uit Noord-Amerika. De andere springzaadsoorten op deze zoekkaart komen oorspronkelijk uit Azië. In Nederland zijn springzaden uitgezaaid als sierplant of drachtplant voor bijen. Door de hoge zaadproductie en de wegspringende zaden kunnen springzaden gemakkelijk verwilderen, met name bij bodemverstoring. Zaden die in het water geschoten worden, kunnen zich stroomafwaarts verplaatsen en kunnen zo in korte tijd meerdere populaties vormen in een stroomgebied.

Invasieve Springzaden
Enkele springzaden, zoals Reuzenbalsemien en Bont springzaad, kunnen invasief zijn. Onder gunstige omstandigheden kunnen springzaden zich snel ontwikkelen en inheemse soorten overschaduwen en verdringen. Wanneer de éénjarige springzaden in de winter afgestorven zijn, blijft er meestal kale grond over. Als de planten op oevers of dijken groeien, worden deze hierdoor gevoeliger voor erosie.

 

FLORON heeft een zoekkaart springzaden gemaakt (download). De determinatiesleutel daaruit vind je hieronder.

Determinatiesleutel

1
Bloemen roze, al dan niet met wit of rood, al dan niet met een geel honingmerk en/of spoor
2
 
-
Bloemen geel-, oranje-, wit- en/of violetblauwkleurig
3
 
 
2 (1)
Bloemen roze tot paarsrood, soms wit (variabel!); doosvrucht peervormig; bladeren tegenoverstaand of in kransen van 3 tot 5; plant 50-250 cm hoog
 
-
Bloemen tweekleurig wit en roze; doosvrucht lijn- tot lancetvormig; bladeren verspreidstandig; plant 40-80 cm hoog
 
 
3 (1)
Bloem > 2 cm; spoor gekromd tot ingerold
4
 
-
Bloem < 1,5 cm; spoor recht
 
 
4 (3)
Bovenste bloemkroon zonder extra spoor; bloem lichtgeel, oranje en/of violetblauwkleurig, al dan niet meerkleurig; stengel kaal
5
 
-
Bovenste bloemkroon met extra groenachtig spoor; bloem citroengeel met roodbruine vlekken; stengel behaard
 
 
5 (4)
Bloem lichtgeel of oranje; bloemstand hangend; bladrand met < 16 stompe tanden per zijde
6
 
-
Bloem wit met lichtgeel, geel en/of violetblauw (variabel!) met binnenin een bruin honingkenmerk; bloemstand rechtopstaand; bladrand met 20-35 scherpe tanden per zijde
 
 
6 (5)
Bloem goudgeel met binnenin rode stippen; spoor meestal gekromd, soms ingerold; doosvrucht cilindervormig; bladrand 5-16 tanden per zijde; insnijding tussen de tanden 2-3 mm diep
 
-
Bloem oranje met roodbruine vlekken; spoor ingerold; doosvrucht lijnvormig; bladrand 5-10 tanden per zijde; inscheiding tussen tanden 1-2 mm diep
 
 

Literatuur

Boon, B. (1902) Eenige botanische bijzonderheden. De Levende Natuur 7: 74-77. 
 
Bouwman-Buis, C.M. (1937) Klein springzaad. De Levende Natuur 42: 224-224. 
 
Bremer, P. (2021) Planten als indicatoren voor oude en jonge houtwallen. Een nadere analyse voor Twente. Hypericum 21(1): 1-16.
 
de Groot, C.;Oldenburger, J. (2011) De bestrijding van invasieve uitheemse plantensoorten. Probos 
 
de Hartog, L. (1921) Klein springzaad. De Levende Natuur 25: 267-267. 
 
Dijkstra, S.J. (1937) Klein springzaad. De Levende Natuur 42: 95-96. 
 
Dijkstra, S.J. (1937) Klein springzaad. De Levende Natuur 42: 160-160. 
 
Dijkstra, S.J. (1937) Klein springzaad. De Levende Natuur 42: 255-255. 
 
Floristenclub Gelderse Vallei (1971) Neofieten van Midden-Nederland. Gorteria 5: 136-146. 
 
Gehlken, B. (2011) Die Ausbreitung von Impatiens glandulifera in Forsten am Rand des Sollings (Südniedersachsen). Floristische Rundbriefe 45-46: 50-59.
 
Heimans, E. (1902) Springzaad. De Levende Natuur 7: 129-134. 
 
Inberg, H. (2014) Tweekleurig springzaad. FLORON-nieuws 21: 7-7.
 
Jansen, H. (2018) Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera) een problematisch springzaad? Twirre 28: 26-29. 
 
Knebel, I. (1999) Impatiens capensis Meerb. in der Urdenbacher Kämpe - Erster Nachweis dieser Springkrautes in NRW? Floristische Rundbriefe 32: 123-125.
 
Kops, J. (1822) Impatiens Noli tangere - Gemeen Springzaad Flora Batava 4: 316-316. 
 
Krippel, Y.;Proess, R. (2017) Impatiens balfourii Hook. f. (Balsaminaceae), nouvelle espèce subspontanée au Luxembourg? Bulletin de la Société des naturalistes luxembourgeois 119: 55-61. 
 
MacGillavry, D. (1937) Klein springzaad. De Levende Natuur 42: 28-28. 
 
MacGillavry, D. (1937) Klein springzaad. De Levende Natuur 42: 255-255. 
 
Matthews, J. (2015) Risks and management of non-native Impatiens species in the Netherlands. Institute for Water and Wetland Research, Radboud University 
 
Matthews, J.;Beringen, R.;Boer, E.;Duistermaat, H.;Odé, B.;van Valkenburg, J.L.C.H.;van der Velde, G.;Leuven, R.S.E.W. (2015) Risks and management of non-native Impatiens species in the Netherlands. Radboud Universiteit, Nijmegen 
 
Odé, B. (2015) Nog meer uitheemse springzaden komen eraan. Kijk op exoten 14: 6-6. 
 
Raangs, K. (2008) Hoe gaat het verder met … Oranje springzaad. FLORON-nieuws 9: 6-6. 
 
Roegholt, R. (1937) Klein springzaad. De Levende Natuur 41: 381-381. 
 
Roegholt, R. (1937) Klein springzaad. De Levende Natuur 42: 159-160. 
 
Schmitz, U. (2003) Impatiens capensis Meerb. am unteren Niederrhein - weitere Ausbreitung und standörtliche Einmischung des Orangenblütigen Springkrautes. Floristische Rundbriefe 37: 31-36.
 
van der Meijden, R.;Holverda, W.J.;Duistermaat, L.H. (1996) Nieuwe vondsten van zeldzame planten in 1993, 1994 en (ten dele) 1995. Gorteria 22: 57-80. 
 
Vreeken, B. (2008) Oranje springzaad: nieuwkomer in de natte ruigte. FLORON-nieuws 8: 4-4.
 
Vuyck, L. (1901) Impatiens parviflora - Kleinbloemig Springkruid; Balsamine Flora Batava 21: 1621-1621. 
 
Weiss, V. (2013) Zur Ökologie von Impatiens edgeworthii HooK. f. in Mitteldeutschland. Mitt. florist. Kart. Sachsen-Anhalt 18: 15-29.