Jeneverbes

Juniperus communis


© Wim van der Neut

Ecologie & verspreiding
Jeneverbes staat op open, zonnige tot iets beschaduwde, droge, zwak zure tot zure, minerale, al of niet stenige zandgrond, vooral voormalig stuifzand. Ze kan echter ook op zure, natte veenbodems groeien en verder ook op kalkhellingen. De altijd groene plant groeit op heiden en op rotsachtige hellingen en op stuifzand, in zeeduinen en droge kalkgraslanden, op open plekken in struwelen, loof- en naaldbossen. Nederland valt geheel binnen het Europese deel van het areaal. Tegenwoordig is ze vrij zeldzaam in de Pleistocene delen in Zuid-, Midden- en Noord-Nederland, zeer zeldzaam in Zuid-Limburg, in de duinen van het Waddendistrict en van noordelijk Noord-Holland. Verminderde milieudynamiek heeft een sterke achteruitgang teweeg gebracht. Op plaatsen waar deze wel aanwezig is, m.n. op militaire terreinen, zien we een duidelijke verjonging. De geurige, blauwberijpte kegelbessen worden als keukenkruid gebruikt of als smaakmaker in jenever. Vroeger werd ze voor tal van zaken gebruikt en ook voor medisch doeleinden aangewend.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - mei

Hoogte - 0,30-10,00 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, tweehuizig

Wortels -

Stengels/takken - De zeskantige takken kunnen opstijgend zijn of ze staan rechtop.

Bladeren - De wintergroene naalden groeien in kransen van drie. Ze zijn blauwgroen, sterk afgeplat, 1-2 cm, lang priemvormig met een scherpe punt, van boven dof en gootvormig en van onderen glanzend met één  witte streep.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten). De struiken zijn tweehuizig. De geleige bloemen groeien in de bladoksels. Vrouwelijke bloemen met twee  tot vier  vruchtschubben.

Vruchten - Een kegelbes. De ronde bessen zijn 5-9 mm. Eerst zijn ze lichtgroen, in het tweede jaar rijpen ze en worden dan blauw. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één  jaar). Naaktzadig (naaldboom).

Bodem - Zonnige, open plekken op droge, voedselarme, zwak zure tot zure grond (stenige plaatsen en zand, vooral voormalig stuifzand). In België ook op natte, zure veenbodems en op droge kalkhellingen.

Groeiplaats - Stuifzand, heide, zeeduinen, bossen (open plekken in loofbossen en naaldbossen), struwelen en rotsige hellingen.
Familie: Cupressaceae
Groep: naaldbomen (naaktzadigen)
Status: Rode Lijst: Gevoelig
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: droge heiden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website