Klein bronkruid

Montia minor


© Willem Braam

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - mei

Hoogte - 0,05-0,15 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De slappe, sterk vertakte stengels zijn vaak rood aangelopen, iets doorschijnend en meestal liggend, maar soms opstijgend of in het water zwevend. Kussensvormend.

Bladeren - De smalle, tegenoverstaande bladeren zijn iets vlezig, spatel- tot lijnvormig en 0,5-1,5 cm.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen groeien in kleine losse kluwensmet twee  tot vijf  bloemen. Ze zijn wit, 1-2 mm en trechtervormig. De buis is aan één  kant open. De zoom heeft driekleine en twee  grote slippen. Elke bloem heeft drie meeldraden. De blijvende kelk bestaat uit twee  bladen.

Vruchten - Een doosvrucht met drie  openspringende, in de hoogte omkrullende kleppen. De drie  zaden zijn dof. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf  jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, soms licht beschaduwde, open plaatsen (pionier) op natte tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkarme grond (allerlei grondsoorten, maar niet op zware klei en mergel).

Groeiplaats - Grasland (steile kantjes en karrensporen in weiland), op paden, akkers, begraafplaatsen, kwekerijen, plantsoenen, tuinen en zeeduinen (langs bospaden aan de binnenduinrand).
Familie: Portulacaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: pionier op matig voedselarme, vochtige grond
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website