Addertong

Ophioglossum vulgatum


© Peter Meininger

Ecologie & verspreiding
Addertong staat op zonnige tot licht beschaduwde, vochtige tot natte, periodiek overstroomde, voedsel- en stikstofarme, niet of weinig bemeste, zwak zure tot neutrale, kalkhoudende, lemige, venige en zandige bodems. Deze Addertong, die licht zouttolerant is, groeit in vochtige duinvalleien, in kruipwilg- en grazige duinvegetaties, in boezemhooilanden en veenmosrietlanden, in heidemoerasjes, in schrale hooilanden en ijl rietland, in zand- en kleigroeven. In het buitenland groeit ze ook in naald- en loofbossen. Ze komt voor In Europa, Noord-Amerika en Oost-Azië en is verder Ingeburgerd in het zuiden van Australië. Nederland valt geheel binnen het Europese deel van het areaal. Ze is vrij zeldzaam in de duinen, zeer zeldzaam in Zuid-Limburg en elders zeldzaam. “Speerkruid” , zoals ze vroeger aangeduid werd is niet met andere soorten te verwarren door haar uiterlijk, alleen slecht ontwikkelde exemplaren kunnen eventueel verwisseld worden met Azorenaddertong. Destijds werd ze medisch uitwendig gebruikt bij verwondingen, kneuzingen, zweren en winterhanden. Ook werd de plant aangewend tegen slangenbeten en tegen hernia.
Groep: varens (sporenplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: laagvenen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website