Wantsenorchis

Anacamptis coriophora


© Rutger Barendse

Ecologie & verspreiding
Wantsenorchis staat op zonnige, droge tot vochtige en natte, matig voedselarme tot voedselrijke, basenrijke, kalkrijke tot kalkarme leem- en kleigrond. Ze groeit op diverse typen graslanden die heel verschillend kunnen zijn, zowel moerassige, al of niet regelmatig overstroomde hooiweilanden, als droge schrale graslanden, kalkgraslanden en rivierbegeleidende graslanden komen in aanmerking. De plant bereikte vroeger in Zuid-Limburg de noordwestgrens van het verspreidingsgebied en is slechts een keer ten noorden hiervan gevonden. Ze groeide zowel in kalkgraslanden als in vochtige, moerassige beemden met periodiek wisselende waterstand langs de Maas en de Geul. De naar wantsen riekende orchidee is al in het begin van de 20e eeuw uit Nederland verdwenen door ontwatering, ontginning, bemesting en het intensief agrarisch gebruik van de kalkgraslanden. De soort is uiterst gevoelig voor deze ingrepen en verdwijnt dan ook terstond. De noordwestgrens van het areaal is ver opgeschoven naar het zuidoosten sinds het begin van de 20e eeuw.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juli

Hoogte - 0,15-0,35 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De stengels zijn rond.

Bladeren - De bladeren zijn langwerpig tot lijnvormig en 6 tot 10 cm lang. Ze zijn gootvormig gevouwen, De bovenste 4 tot 7 bladeren zijn klein en omvatten de stengel met de schede. De schutbladen zijn langwerpig en minstens zo lang als het vruchtbeginsel.

Bloemen - Tweeslachtig (een plant met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen vormen samen slanke aren, die 3 tot 6 cm lang zijn. De aren zijn rolrond en bevatten veel bloemen. De bloemlip is bruinrood, 6 tot 8 mm lang, 3-lobbig, niet gevlekt en heeft bijna vierhoekige of ruitvormige zijslippen en een niet gedeelde middenslip. De helm is spits en aan de buitenkant vuil bruinachtig paars. De andere bloemdekbladen buigen mutsvormig samen. De buitenste zijn zwak groen-generfd. De spoor is omlaaggericht, kegelvormig en wordt tot half zo lang als het vruchtbeginsel. De bloemen stinken.

Vruchten - Een doosvrucht. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselarme, kalkrijke grond (lemige grond en veen).

Groeiplaats - Grasland ('s winters overstroomd hooiland, rivierbegeleidend grasland, dat in de zomer oppervlakkig uitdroogt, o.a. langs de Maas en de Geul, schraal grasland en kalkgrasland).
Familie: Orchidaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst (2012): Verdwenen uit Nederland
Zeldzaamheid: verdwenen
Ecologische groep: droge, neutrale graslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website