Tenger fonteinkruid

Potamogeton pusillus


© Cor Nonhof

Ecologie & verspreiding
Tenger fonteinkruid prefereert zonnige plaatsen in ondiep, stilstaand of zwak stromend, matig voedselrijk tot voedselrijk, zoet of brak, zwak basisch tot neutraal, kalkhoudend water boven een bodem van zand, klei of veen, zeldzaam boven leem. Ze groeit in allerlei wateren en watertypen en Nederland valt geheel binnen het Europese deel van het verspreidingsgebied. De plant is vrij algemeen in het westen en noorden van het land, in het rivierengebied en plaatselijk in Drenthe. Zeldzaam tot zeer zeldzaam op de hoge zandgronden en in Zeeland. Ze behoort tot de sectie Graminifolii waartoe alle smalbladige, tot 5 mm brede soorten zonder rhizomen en drijfbladen en met ondergedoken, gaafrandige bladranden behoren. De stengel is vertakt en rond en de bladtop is meestal spits. Het blad heeft drie nerven, de twee zijnerven komen onder een scherpe hoek samen met de middennerf op aanzienlijke afstand van de bladtop.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - augustus

Hoogte - 0,20-1,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De dunne, vrijwel ronde stengels zijn voornamelijk bovenaan vertakt.

Bladeren - De bladeren lijken op gras en hebben 3 nerven. De middennerf is halverwege het blad en dikker dan de rest van het blad. De 2 nerven aan de zijkanten komen vrij ver onder de bladtop onder een scherpe hoek in de middennerf uit. De bladtop is meestal spits met een iets verdikte punt. De bladeren worden tot 1½ mm breed en 1½ tot 3 cm lang. De steunblaadjes zijn tenminste onderaan kokervormig vergroeid, gaan niet vezelen en verdwijnen snel.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen zijn groenig. De aren zijn vrij los. De aarstengel is 2 tot 3 keer zo lang als de aar.

Vruchten - Een steenvrucht. De vruchten zijn vrijwel glad en zonder knobbels. Ze worden tot 1½ mm lang. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plaatsen in ondiep, helder, stilstaand of zwak stromend, matig voedselrijk tot voedselrijk, zoet of zwak brak, zwak basisch tot neutraal, kalkhoudend water met een bodem van zand, zavel, klei of veen, zeldzaam op leem.

Groeiplaats - Water (plassen, vijvers, kanalen, sloten, beken, afgesloten rivierarmen, zand- en kleiputten, poelen en meertjes).
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: voedselrijke wateren
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website