Eenzijdig wintergroen

Orthilia secunda


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Eenzijdig wintergroen staat op beschaduwde plaatsen op vrij droge tot vochtige, fosforarme, basenrijke, stikstofarme, humusrijke, matig voedselrijke, vrij zure grond op (stenige) zand- en leembodems. Ze wordt aangetroffen op heiden, in zeeduinen, op vochtige rotsrichels en in bossen, zowel in loof- als naaldbossen. Deze van mycorrhiza afhankelijke plant komt voor in de koele en gematigde gebieden van het Noordelijke Halfrond. Op het vaste land van Europa komt dit Wintergroen westelijk voor tot in de Eifel en Luxemburg en dus zijn de voormalige vindplaatsen in Nederland als voorposten van het areaal te beschouwen. De onmiskenbare soort (met een éénzijde bloeiwijze) werd vroeger gezien in de duinen bij Wassenaar, bij Doetichem en in loofbossen bij Hummulo en Weert. De laatste waarneming, bij Weert, dateert alweer uit 1939. De plant werd vroeger ook medicinaal aangewend tegen kiespijn en als bloedstelper, een aftreksel van de lange vertakte wortelstokken werd gebruikt als oogwater.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juli

Hoogte - 0,07-0,15 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Een wortelstok.

Stengels/takken - Een rechtopstaande  stengel.

Bladeren - De blaadjes groeien in  een rozet. Ze zijn klein, eirond tot langwerpig-eirond, meestal spits, gekarteld-gezaagd en met een korte steel.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Een naar één  kant gekeerde tros. De niet geurende, knikkende bloemen zijn klokvormig tot vrijwel bolvormig, 5-6 mm en groenachtig wit. De rechte stijl steekt ver uit de kroon. Het vruchtbeginsel heeft aan de voet tien  heel kleine honingklieren.

Vruchten - Een 2,5-4,5 mm grote doosvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Beschaduwde plaatsen op vrij droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, vrij zure grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Bossen (loofbossen, naaldbossen en bergwouden), zeeduinen en rotsen (vochtige rotsrichels).
Familie: Ericaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst (2012): Verdwenen uit Nederland
Zeldzaamheid: verdwenen
Ecologische groep: bossen op droge, zure grond
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website