Gewone braam

Rubus fruticosus


© Peter Venema

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - augustus

Hoogte - 0,50-1,50 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Vaak wortelopslag.

Stengels/takken - De tweejarige stengels zijn lang en hangen boogvormig over, kruipen of staan vrij rechtop. Ze zijn kantig met forse stekels. De top gaat wortelen zodra deze de grond raakt. Samen vormen de stengels vaak een dichte, warrige massa.

Bladeren - De rondachtige tot elliptische bladeren zijn vijftallig, maar soms drietallig of zeventallig. De gezaagde bladeren zijn gestekeld. De steunblaadjes zijn lijnvormig tot langwerpig.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De 2-3,2 cm grote bloemen zijn wit of roze. De kelk is grijs of groen met een witte rand. De kroonbladen zijn smal langwerpig tot breed ovaal en langer dan de kelkbladen.

Vruchten - Een steenvrucht. De glanzende bramen zijn eerst rood, later worden ze zwart. Ze bestaan uit twintig  tot vijftig  deelvruchtjes, die tegelijk met de bloembodem afvallen. Eetbaar. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge tot vrij natte, voedselarme tot voedselrijke, zure tot zwak zure grond (vrijwel alle grondsoorten).

Groeiplaats - Bossen (loofbossen), bosranden, heggen, kapvlakten, stormvlakten, ruigten, heide, zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (zandgroeven), bermen, langs spoorwegen (spoordijken), moerassen (oud veenmosrietland en enigszins uitdrogende moerasbosjes), omgewerkte grond, ruderale plaatsen en landscheidingskaden.
Familie: Rosaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: droge, voedselrijke bossen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website