Klein liefdegras

Eragrostis minor


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Klein liefdegras is een soort van open, droge tot vochtige, omgewerkte of betreden, vaak stenige grond. Zij groeit op perrons van spoorwegstations, op industrieterreinen, op trottoirs, in perkjes en langs wegen. Zij groeit sporadisch op straat. Klein liefdegras is als cultuurvolger een kosmopoliet van de warme en gematigde streken geworden. Zij wordt sinds 1896 in Nederland gevonden. Maar het begint pas vanaf de zeventiger jaren van de vorige eeuw op grote schaal in te burgeren. Zij komt in een groot deel van Nederland vrij algemeen voor, maar is in het noordoostelijk deel van Nederland nog altijd een zeldzame verschijning. Klein liefdegras is een C-4 plant, een plant die ’s-nachts kooldioxide vastlegt en daardoor overdag minder water verliest, sneller groeit en een uitgebreid wortelstelsel vormt (werkt alleen boven 12° C), en daardoor profiteert van klimaatverandering. Klein liefdegras lijkt op Straatliefdegras, maar heeft wel klierputjes op de plant, bijvoorbeeld langs de bladrand
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - herfst

Hoogte - 0,15-0,50 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De stengels zijn liggend tot opstijgend.

Bladeren - De bladeren hebben donkere, komvormige klieren op de bladschede en aan de rand van de bladschijf. De bladschede heeft lange, zachte haren.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloeiwijze is tamelijk los. De onderste takken staan alleen of met twee  bij elkaar. De aartjes zijn 0,4-1,1 cm lang en bevatten vijf  tot twintig  bloemen. Op de aartjesstelen zitten donkere, komvormige klieren. De kelkkafjes zijn ongeveer even lang.

Vruchten - Een graanvrucht. De vruchten zijn roodbruin van kleur. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige, warme, open plaatsen (tredplant) op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, betreden of omgewerkte, vaak stenige grond.

Groeiplaats - Langs spoorwegen (spoorbermen en weinig belopen delen van perrons), perken, tuinen, wegranden, tussen straatstenen en langs trottoirs.
Familie: Poaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: tredplant
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website