Slaapbol

Papaver somniferum


© Peter Meininger

Ecologie & verspreiding
Slaapbol staat op zonnige, open, vrij droge tot vochthoudende, matig voedselrijke tot voedselrijke zandgrond. Ze slaat vaak op uit gemorst zaad en groeit op omgewerkte en braakliggende grond, aan straatranden en nabij bewoning, in tuinen, ruigten en op stortplaatsen en andere ruderale plaatsen. Soms wordt ze ook gevonden op vloedmerken langs de kust. De eenjarige plant stamt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en Zuidwest-Azië. De al vele duizenden jaren gecultiveerde soort komt in Nederland slechts verwilderd voor, ze is niet echt ingeburgerd. Het meest nog wordt ze in de kustgebieden aangetroffen. Het melksap uit onrijpe doosvruchten bevat diverse alkaloiden en levert opium en de o.a. daaruit bereide heroïne, codeïne en morfine. De zaden (het bekende maanzaad) kunnen bij het bakken van brood gebruikt worden en leveren papaverolie dat voor verfbereiding en keukengebruik geschikt is. Vroeger werden de zaden tot een slaapverwekkende en pijnstillende siroop verwerkt.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - augustus

Hoogte - 0,30-1,20 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De blauwgroee stengels staan rechtop.

Bladeren -

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De kroonbladen kunnen wit, bleekpaars of rood zijn met aan de voet een paarse tot zwarte vlek. De bloemen zijn 3 tot 6 cm groot en de meeldraden zijn meestal lichtgeel.

Vruchten - Een doosvrucht. De kale doosvruchten zijn ongeveer bolvormig en 3 tot 6 cm groot. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op vrij droge tot vochthoudende, matig voedselrijke tot voedselrijke, zandgrond.

Groeiplaats - Omgewerkte grond, braakliggende grond, ruderale plaatsen en vloedmerken langs de kust.
Familie: Papaveraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Zeldzaamheid: algemene soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website