Reuzenbalsemien

Impatiens glandulifera


© Cor Nonhof

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - oktober

Hoogte - 0,60-2,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Een stengelvoet met steltwortels.

Stengels/takken - De stengels zijn dik, geribd, kaal en hebben brede knopen.

Bladeren - De tegenoverstaande of in kransen van 3 tot 5 zittende bladeren zijn langwerpig, toegespitst en scherp getand. Ze hebben rode punten op de zaagtanden en forse, knotsvormige rode klieren in de bladoksels.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen groeien in pluimen met 2 tot 15 bloemen op rechte, schuin omhoog staande stelen. Ze zijn rozewit, soms rood of wit, van binnen gevlekt en 2½ tot 4 cm groot. Het onderste kelkblad is zakvormig en heeft een korte, gekromde en donkerder gekleurde spoor. Ze verspreiden een zoete geur.

Vruchten - Een doosvrucht. De vruchten zijn ei- tot peervormig en maken een hoek met hun steel. De rijpe vruchten springen met een knalletje open bij aanraking. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde, vrij open plaatsen op vochtige tot natte, voedselrijke tot zeer voedselrijke grond.

Groeiplaats - Bossen, bosranden, ruigten (natte ruigten), aanspoelselgordels in rivierbegeleidende bosjes, waterkanten, uiterwaarden, bij stuwen, verruigende beekdalen, ruigten, plantsoenen, braakliggende grond, steenglooiingen, langs spoorwegen (spoorbermen) en soms in akkers.
Familie: Balsaminaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: natte ruigten
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website