Oranje springzaad

Impatiens capensis


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Oranje springzaad groeit in op zonnige tot licht beschaduwde plekken op natte, voedselrijke grond in loofbossen, aan waterkanten, in natte ruigten langs rivieren en kanalen. Na de eerste vondst in 1992 volgden er gestaag meer vondsten van de soort in Nederland. Zij is in Nederland zeer zeldzaam en recent in het rivierengebied en het laagveengebied ingeburgerd. Daar breidt zij zich sterk uit en vormt hier en daar een plaag. Enkel door de plant te maaien in augustus en tijdens de bloeiperiode kan deze decoratieve soort bestreden worden. Oranje springzaad is moeilijk van Groot springzaad te onderscheiden wanneer zij niet in bloei staat. De soort is van oorsprong afkomstig uit het noordoosten van Noord-Amerika. Zij groeit daar op vochtige plaatsen langs kreken.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - oktober

Hoogte - 0,50-1,50 m.

Geslachtsverdeling -

Wortels -

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn kaal.

Bladeren - De bladeren zijn eirond tot langwerpig met enkele grove tanden. Vaak zijn ze gegolfd.

Bloemen - De 2 tot 3½ cm grote bloemen zijn oranje met grote roodbruine vlekken. Het onderste kelkblad is zakvormig. De ingerolde spoor (5 tot 9 mm) is korter dan die van Groot springzaad. De bloemen groeien in trossen van 2 tot 5 bloemen.

Vruchten - De doosvrucht is lijnvormig. De zaden zijn zeer kortlevend (< 1 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte, voedselrijke grond.

Groeiplaats - Bossen, waterkanten en ruigten (natte ruigten langs rivieren en kanalen).
Familie: Balsaminaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: natte ruigten
© 2020  FLORON
Ga naar de volledige website