Fijnkorrelknikmos

Bryum gemmiferum


© Klaas van der Veen

Ecologie & verspreiding
B. gemmiferum lijkt een soort van zwaklemig tot lemig zand en van lichte zavel en komt niet of weinig voor op zware klei en epilitische standplaatsen (waar B. barnesii resp. B. dichotomum wel voorkomen). De standplaatsverschillen tussen deze soorten zijn echter slecht onderzocht. Heeft Bryum gemmiferum een voorkeur voor wat vochtiger plaatsen? De soort is waarschijnlijk sterk onderverzameld door het gehele land. Fijnkorrelknikmos is in 1976 beschreven als soort binnen het Bryum bicolor-complex. De kleine, geelgroene broedknoppen hebben gekromde, spitse bladprimordia tot 2/3 van de lengte van de broedknop. De oudste Nederlandse vondst dateert van 1951 en Fijnkorrelknikmos lijkt zich, evenals B. barnesii en B. dichotomum, snel te hebben uitgebreid na 1950. Wellicht is er nog steeds sprake van verwarring met B. dichotomum als gevolg van de afbeelding van broedknoppen van B. gemmiferum bij de plaat van B. dichotomum in de Atlas van de Nederlandse Bladmossen (en de Beknopte mosflora). Vormen met broedknollen worden opgegeven uit België. De verwante B. gemmilucens met gelige broedknoppen met rudimentaire bladprimordia kan ook in Nederland worden gevonden.
Familie: Bryaceae
Groep: Bladmossen
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: vrij algemene soort
Biotoopvoorkeur: Kale cultuurgrond
Substraatvoorkeur: op allerlei bodems
Controle: veldwaarneming
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website