Oeverbisschopsmuts

Racomitrium aciculare


© Klaas van der Veen

Ecologie & verspreiding
In de ons omringende landen komt Racomitrium aciculare voor op keien in en langs beken. In ons land duikt hij hier en daar op via aangewaaide sporen die kunnen kiemen op beschaduwde plaatsen, veelal op grote keien zoals die, vooral in Drenthe, voorkomen in bosranden. Racomitrium aciculare werd voor het eerst gevonden in 1874 op compact humeus zand langs het Aardbrandsven bij Maarheeze. Opvallend is dat de opgaven van het merendeel van de atlasblokken met deze soort van na 1990 is. Dat Oeverbisschopsmuts zich ook op onverwachte plaatsen kan vestigen, bleek in 2005 toen hij werd aangetroffen op een verwaarloosd asfaltweggetje in de omgeving van Almen. De soort is gemakkelijk te herkennen omdat het de kenmerkende cellen van Racomitrium (langwerpig met zeer bochtige celwanden) combineert met eirond-langwerpige bladen met brede top en enkele verspreide tanden. Planten met kapsels zijn in het buitenland vrij algemeen maar in Nederland heel zeldzaam; ze zijn o.a. bekend van een zwerfkei in Ravenswoud (Friesland) en van de Slangenburg bij Doetinchem.
Familie: Grimmiaceae
Groep: Bladmossen
Status: Rode Lijst: Gevoelig
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Pioniers op zure steen
Substraatvoorkeur: steen
Controle: microscopische determinatie
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website