Sparrenmos

Thuidium abietinum


© Norbert Stapper

Ecologie & verspreiding
Thuidium abietinum is al voor 1950 goeddeels verdwenen uit de Nederlandse duin- en stroomdalgraslanden. In de duinen lagen de meeste vindplaatsen waarschijnlijk in het zgn. zeedorpenlandschap, op door de mens langdurig licht-verrijkte plaatsen, zoals langs paden en wegen. In de duinen is het recent alleen nog bekend van Bakkum en Oostvoorne. Langs de grote rivieren komt Sparrenmos nog voor op enkele plaatsen langs de Gelderse IJssel, Lek en Merwede, in beweide droge graslanden, zowel kalkrijk als kalkarm, met als begeleiders o.a. Cilindermos, Smaragdmos, Grote tijm en Echt walstro. Ook in de kalkgraslanden van Zuid-Limburg is Sparrenmos teruggelopen. Tot voor kort was het alleen nog bekend van de Bemelerberg en de spoorweginsnijding bij Wijlre. Recent is het ontdekt bij Slenaken (2003) en teruggevonden op de Sint Pietersberg (2004). Sparrenmos bevindt zich bij ons in het centrum van zijn areaal. Als de sterke afname is veroorzaakt door zure regen, mag in droge schraalgraslanden rekening worden gehouden met een voorzichtig herstel, ook al zijn sporenkapsels in Nederland nooit gevonden en in het buitenland zeldzaam. Sparrenmos kan zich in armetierige toestand lang handhaven en is dan bijzonder moeilijk te vinden!
Familie: Thuidiaceae
Groep: Bladmossen
Status: Rode Lijst: Bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Droog schraalland
Substraatvoorkeur: gruis en steen
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website