Tonghaarmuts

Orthotrichum rogeri


© Michel Zwarts

Ecologie & verspreiding
Orthotrichum rogeri is vooral gevonden in vochtige, jonge wilgenbossen en in jonge aanplant van Zomereik. Het betreft meestal slechts een enkel polletje op een enkele tak. Op zo'n tak wordt Orthotrichum rogeri vaak na enkele jaren weer verdrongen door slaapmossen zoals Hypnum cupressiforme. Voor het voortbestaan van deze zeldzame pioniersoort is het dan ook van belang, dat nabij bestaande groeiplaatsen jonge bossen blijven voorkomen. Zo kan de soort zich over korte afstand hervestigen. Het voorkomen van Orthotrichum rogeri in Nederland verdient speciale aandacht. De soort wordt namelijk door de Europese Habitatrichtlijn beschermd (Bijlage II). In principe zou bij allerlei plannen op het gebied van de ruimtelijke ordening met deze Haarmuts rekening gehouden moeten worden. Orthotrichum rogeri is voor het eerst in 1989 in Nederland gevonden. Inmiddels is het mos van 9 atlasblokken bekend, met een lichte concentratie van vindplaatsen in en rond de Biesbosch en Meinerswijk bij Arnhem. Tonghaarmuts valt in het veld vooral op door de smalle tongvormige, droog gebogen bladen, het kale huikje en de pas vrij laat (mei-juni) rijpende sporenkapsels met fraai oranje exostoomtanden.
Groep: Bladmossen
Status: Rode Lijst: Gevoelig
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Pioniers op bomen
Substraatvoorkeur: schors
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website