Klein oortjesmos

Jungermannia caespiticia


© Jan Kersten

Ecologie & verspreiding
Jungermannia caespiticia is, alhoewel het een zeer zeldzame soort betreft, gevonden in een breed scala aan habitats: oude bospaden, greppelkanten, in afgeplagde heide, oevers van plassen en zelfs op braakliggend terrein. Vaak gaat het om kleine hoeveelheden, als bijmengsel tussen andere soorten. Oplettendheid is dus geboden om deze soort te vinden. Er zijn van deze soort twee oude opgaven uit de omgeving van Epen (1941 en 1946) en vanaf 1983 is de soort ook op diverse plaatsen in Zuidoost-Brabant gevonden. Aangezien het verspreidingsgebied zowel West- als Midden-Europa omvat incl. Scandinavië lijkt er geen enkele reden te zijn om de soort ook niet elders op het Pleistoceen te vinden. Ook de milieus waarin de soort gevonden kan worden zijn niet erg specifiek. De aanwezigheid van wat lemige bodem is wel een voorwaarde. Jungermannia caespiticia kan aangezien worden voor ongezoomde vormen van Jungermannia gracillima maar de microscopische verschillen zijn duidelijk (grotere bladcellen, meestal slechts 1 olielichaam per cel, tegen 2-4 bij J. gracillima). Het is een ook buiten Nederland niet veel gevonden soort.
Groep: Levermossen
Status: Rode Lijst: Bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Heide en heidebebossing
Substraatvoorkeur: lemig of fijn zand
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website