Dik landvorkje

Riccia beyrichiana


© Jan Kersten

Ecologie & verspreiding
Riccia beyrichiana is een pionier op open, vochtige, min of meer neutrale, voedselrijke standplaatsen; het meest op zandig-lemige en lemige bodem aan weg-, sloot- en greppelkanten, op braakliggende akkers, kuilvoerhopen, op paden en open plekken in bos, in afgravingen en op drooggevallen oevers van vijvers en plassen en zelfs in de voegen van klinkerbestrating. Op arme zandgronden, veelal tevens grootschalige bosgebieden, zoals in Drenthe, op de Veluwe en de Utrechtse heuvelrug lijkt Dik landvorkje vrijwel afwezig. Opvallend is het ontbreken in Limburg. Riccia beyrichiana wordt de laatste jaren duidelijk vaker gevonden dan vroeger maar dit wil niet zeggen dat de soort ook algemener is geworden. Evenals de andere soorten van dit geslacht wordt Riccia beyrichiana mogelijk ook beter herkend dan vroeger. Riccia beyrichiana is op grond van het aantal vondsten vrij zeldzaam te noemen maar is vermoedelijk minder zeldzaam dan het kaartje aangeeft. De planten vallen in het veld op door het vaak onregelmatige en grote, dikke thallus met opvallende groef en de blauwgroene kleur.
Familie: Ricciaceae
Groep: Levermossen
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Biotoopvoorkeur: Kale vochtige bodem
Substraatvoorkeur: lemig of fijn zand
Controle: microscopische determinatie
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website