Gaaf kantmos

Lophocolea semiteres


© Ron Poot

Ecologie & verspreiding
Lophocolea semiteres is vooral aan te treffen in zure bossen en bosjes met een hoge luchtvochtigheid, al zijn er ook vondsten in droge bossen, en onder eikenopslag op kleine duintjes in stuifzanden. De standplaatsen zijn min of meer gelijk aan die van L. heterophylla, dus vermolmd hout en dikke pakken organisch materiaal. Lophocolea semiteres heeft in Nederland even Zuidelijk kantmos geheten. De soort komt oorspronkelijk van het zuidelijk halfrond maar heeft zich in de zeventiger jaren in Europa weten te vestigen. Rond 1980 was de eerste vondst in Zuid-Nederland en zo'n 20 jaar later waren ook de Waddeneilanden bereikt. Vooralsnog komt de soort vrijwel uitsluitend op de Pleistocene gronden en in de duinen voor. Lophocolea semiteres is forser dan L. heterophylla, heeft blaadjes die niet ingedeukt zijn en oogt daarmee wel wat als een Plagiochila of Chiloscyphus maar is dan toch wat geler en de onderblaadjes zijn fors. De man/vrouw verhoudingen kunnen onderwerp van boeiende beschouwingen zijn; er zijn weinig locaties waar beide voorkomen en kapsels zijn zeldzaam. Verspreiding binnen een gebied gebeurt waarschijnlijk vooral met piepkleine broedtakjes.
Familie: Geocalycaceae
Groep: Levermossen
Status: Geïntroduceerd vanuit andere continenten
Zeldzaamheid: vrij algemene soort
Biotoopvoorkeur: Arm bos
Substraatvoorkeur: schors, steen en bodem
Controle: veldwaarneming
© 2019  BLWG
Ga naar de volledige website