Hoge fijnstraal

Conyza sumatrensis


© Koen van Zoest

Ecologie & verspreiding
Hoge fijnstraal houdt van warme, droge standplaatsen zoals braakliggende terreinen, bestrating en steenglooiingen. Naar het zuiden gerichte gevelmuren zijn ook favoriet voor deze fijnstraal-soort, die tussen 1975 en 1999 in Nederland is ingeburgerd. Deze soort bevolkt vooral het zuidelijk deel van Nederland maar het zal niet lang duren eer het hele land bedekt is. Conyza sumatrensis komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en werd in 1980 voor het eerst in Londen en Parijs gesignaleerd. Daarna werd deze plant steeds noordelijker gezien: in 1990 in Antwerpen en is sinds 1999 volledig in Nederland ingeburgerd vooral in de grote steden. Hoge fijnstraal kan verward worden met andere oprukkende fijnstraal-soorten uit Zuid-Amerika: Ruige fijnstraal, Gevlamde fijnstraal en Canadese fijnstraal die al in de 18e eeuw in Nederland voorkwam.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - augustus - december

Hoogte - 0,40-1,50(-2,20) m.

Geslachtsverdeling - polygaam

Wortels - Vaak diep wortelend.

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn behaard.

Bladeren - De stengelbladen zijn smal-langwerpig en bedekt met korte, meestal kromme haren. De gekromde wimperharen korter (0,5 mm).

Bloemen - Polygaam (bloemen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen en bloemen met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). De smalle, 5-11 mm brede bloemhoofdjes vormen een brede of ruitvormige pluim met korte zijtakken. De omwindselbladen zijn eenkleurig groen. De buisbloemen zijn meestal vijflobbig en de lintbloemen zijn 0,2 tot 0,5 mm lang.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het vruchtpluis is gelig wit of cremekleurig. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, warme, open plaatsen (pioniervegetaties) op droge, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak omgewerkte grond.

Groeiplaats - Braakliggende grond, tussen straatstenen, industrieterreinen, oude muren, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), voetpaden, stenige plaatsen, zeeduinen en bij voederkuilen.
Familie: Asteraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: algemene soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website