Ecologie & verspreiding
Duinroos (Rosa spinosissima) is een kleine, sterkvertakte heester met roodbruine takken. Duinroos is op zich makkelijk herkenbaar aan de kleine gestalte, de zwarte vruchten, de sterkbestekelde stengels met vrijwel rechte en sterk in grootte verschillende stekels. Duinroos vormt ook kruisingen met andere rozensoorten en die kruisingen zijn lastiger te onderscheiden. Duinroos x Viltroos (Rosa x andrzejowskii), Heggenroos x Duinroos (Rosa x hibernica) en Behaarde struweelroos x Duinroos (Rosa x margerisonii) zijn hoger opgaande struiken met grotere bloemen en waarschijnlijk slechte vruchtzetting. De wel ontwikkelde vruchten kleuren rood (niet zwart). Duinroos x Egelantier (Rosa x biturigensis), is iets forser dan Duinroos en heeft een beklierde bloem- en bottelsteel. Ook de onderkant van de blaadjes, de kelkbladen en bottel hebben soms enkele klieren. Bottels 10-15 mm lang. Stekels zoals bij Duinroos met mogelijk ook enkele forse hakige stekels, zoals bij Egelantier. De bottels kleuren uiteindelijk zwart. Ze groeit meestal tussen Duinroos en met Egelantier in de buurt.
Duinroos (Rosa spinosissima) is een kleine, sterkvertakte heester met roodbruine takken. Duinroos is op zich makkelijk herkenbaar aan de kleine gestalte, de zwarte vruchten, de sterkbestekelde stengels met vrijwel rechte en sterk in grootte verschillende stekels. Duinroos vormt ook kruisingen met andere rozensoorten en die kruisingen zijn lastiger te onderscheiden. Duinroos x Viltroos (Rosa x andrzejowskii), Heggenroos x Duinroos (Rosa x hibernica) en Behaarde struweelroos x Duinroos (Rosa x margerisonii) zijn hoger opgaande struiken met grotere bloemen en waarschijnlijk slechte vruchtzetting. De wel ontwikkelde vruchten kleuren rood (niet zwart). Duinroos x Egelantier (Rosa x biturigensis), is iets forser dan Duinroos en heeft een beklierde bloem- en bottelsteel. Ook de onderkant van de blaadjes, de kelkbladen en bottel hebben soms enkele klieren. Bottels 10-15 mm lang. Stekels zoals bij Duinroos met mogelijk ook enkele forse hakige stekels, zoals bij Egelantier. De bottels kleuren uiteindelijk zwart. Ze groeit meestal tussen Duinroos en met Egelantier in de buurt.
Duinroos wordt relatief veel aangeplant. In Nederland buiten het kustgebied betreffen de meldingen meestal aanplant of verwilderingen ervan.
Determinatie
Determinatiehulp Sleutel wilde rozen
Determinatiehulp Sleutel wilde rozen
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)
Bloeitijd - mei - juni
Hoogte - 0,10-0,90 m.
Geslachtsverdeling - tweeslachtig
Wortels - Met uitlopers.
Stengels/takken - De rechtopstaande, zwartbruine takken zijn niet of weinig vertakt. Ze dragen rechte, dunne, dicht bij elkaar staande stekels, die niet allemaal even hoog zijn.
Bladeren - De bladeren zijn zeven-, negen- of soms elftallig. De donkergroene deelblaadjes zijn klein, rondachtig tot eivormig, enkel gezaagd, kaal en ongeveer ½-2½ cm.
Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De alleenstaande bloemen hebben geen steelblaadjes. De 1-2½ cm grote kroonbladen zijn meestal wit, maar soms roze. De kelkbladen zijn meestal niet gedeeld en staan na de bloei schuin omhoog. Ze vallen niet af.
Vruchten - Een vlezige schijnvrucht. De bolvormige bottels zijn vrij klein, glanzend paarszwart en niet behaard. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).
Bodem - Zonnige plaatsen op droge tot matig vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot meestal kalkhoudende grond (zand en kalksteen).
Groeiplaats - Zeeduinen (kalkrijke zomen, hellingen, duinvalleien, duingrasland, heggen en struwelen) en heide.
Bloeitijd - mei - juni
Hoogte - 0,10-0,90 m.
Geslachtsverdeling - tweeslachtig
Wortels - Met uitlopers.
Stengels/takken - De rechtopstaande, zwartbruine takken zijn niet of weinig vertakt. Ze dragen rechte, dunne, dicht bij elkaar staande stekels, die niet allemaal even hoog zijn.
Bladeren - De bladeren zijn zeven-, negen- of soms elftallig. De donkergroene deelblaadjes zijn klein, rondachtig tot eivormig, enkel gezaagd, kaal en ongeveer ½-2½ cm.
Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De alleenstaande bloemen hebben geen steelblaadjes. De 1-2½ cm grote kroonbladen zijn meestal wit, maar soms roze. De kelkbladen zijn meestal niet gedeeld en staan na de bloei schuin omhoog. Ze vallen niet af.
Vruchten - Een vlezige schijnvrucht. De bolvormige bottels zijn vrij klein, glanzend paarszwart en niet behaard. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).
Bodem - Zonnige plaatsen op droge tot matig vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot meestal kalkhoudende grond (zand en kalksteen).
Groeiplaats - Zeeduinen (kalkrijke zomen, hellingen, duinvalleien, duingrasland, heggen en struwelen) en heide.
Familie: Rosaceae
Groep: Vaatplanten
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: kalkrijke zomen