< Meer determinatiehulpen

laatst gewijzigd op 27-11-2025

Moeras-, Weide- en Zompvergeet-mij-nietje

Stef van Walsum


Inleiding

Zomp-, Moeras- en Weidevergeet-mij-nietje groeien in vochtige biotopen en zijn van andere soorten vergeet-mij-nietjes te onderscheiden vanwege het ontbreken van haakvormig gekromde haren. Herkenning van deze drie vergeet-mij-nietjes is niet eenvoudig en vermoedelijk worden er veel determinatiefouten gemaakt aangezien vaak naar bloemgrootte en levenswijze wordt gekeken. Voor een betrouwbare determinatie is het van belang om in ieder geval naar de insnijding van de kelk, vorm van de stengel (rond, zwakkantig of scherpkantig) en beharing op de nerf van de bladonderzijde van de onderste bladeren te kijken. Deze determinatiehulp geeft een overzicht van de kenmerken.

Vergelijking

 

Zompvergeet-mij-nietje
Myosotis laxa subsp. caespitosa

Moerasvergeet-mij-nietje
Myosotis scorpioides subsp. scorpioides

Weidevergeet-mij-nietje
Myosotis scorpioides subsp. nemorosa

Diameter bloem

2-5 mm

2-8 mm

4-5(-6) mm

Kelk tijdens vruchttijd

tot de helft ingesneden (foto)

1/5 tot 2/5 ingesneden (foto)

1/5 tot 2/5 ingesneden

Schutbladen onderaan bloeiwijzen

1 of meer

meestal geen

meestal geen

Stijl van net uitgebloeide bloemen

korter dan kelkbuis, 1-1,5 mm (foto)

even lang of langer dan kelkbuis, 1,6-2,8 mm (foto)

even lang of langer dan kelkbuis, 1,6-2,8 mm

Stengel

rolrond

rolrond of zwak kantig

scherpkantig

Stengelbeharing aan de basis

aanliggend, naar de top gericht, later kaal

aanliggend, naar de top gericht, later kaal (foto)

afstaand en teruggeslagen, naar de bodem gericht, later kaal (foto)

Beharing bladonderzijde (te controleren aan de onderste blaadjes)

aanliggende, naar de bladtop gerichte haren

aanliggende, naar de bladtop gerichte haren

haren teruggeslagen, naar de bladvoet gericht (foto)

Levenswijze

eenjarig, tweejarig of overblijvend

overblijvend

overblijvend

Biotoop

vrij algemeen in natte graslanden, moerassen en waterkanten, ook als pionier

algemeen in natte graslanden, moerassen en waterkanten

(zeer) zeldzaam in graslanden met kwelinvloed

 

Literatuur

Berg, C.C.;Kaastra, R.C. (1973) Myosotis palustris en M. laxa in Nederland. Gorteria 6: 141-150. 
 
Kops, J. (1814) Myosotis scorpioides - Water Muizen-Oor Flora Batava 3: 216-216. 
 
Kops, J.;van Hall, H.C. (1844) Myosotis caespitosa - Veenachtig Muizenoor Flora Batava 8: 566-566. 
 
Loos, G.H. (1994) Bestimmungsschlüssel für die Gruppe des Sumpf-Vergissmeinnichts (Myosotis ser. palustres M. Popov) in Nordwestdeutschland. Floristische Rundbriefe 28: 1-5.
 
Loos, G.H. (1995) Zur phänologischen und ökologischen Unterscheidung vom Myosotis palustris (L.) L., M. laxiflora Rchb. und M. nemorosa Besser. Floristische Rundbriefe 29: 34-36.
 
Loos, G.H. (1996) Zur taxonomischen Bedeutung der Behaarung des Stengelsgrundes bei Myosotis nemorosa Besser. Floristische Rundbriefe 30: 1-3.
 
van Ooststroom, S.J. (1961) 98. Boraginaceae. Flora Neerlandica : 92-140.