|
Vorm naalden
|
2 mm dik, stijf, recht of licht gebogen
|
0,8-1,5 mm dik, meestal een beetje gedraaid en naar verschillende richtingen wijzend
|
1,5-2 mm dik, stijf, loodrecht, niet om lengteas gedraaid |
meestal om lengteas gedraaid |
recht of licht gekromd. Naaldscheden grijs, lengte > 6 mm |
plat, sterk gekromd en meestal om lengteas gedraaid. Naaldscheden aan de voet bruin |
Vaak om lengteas gedraaid, fijn getand, staan dicht op elkaar |
dik en stijf, minimaal 1x om lengteas gedraaid |
slank en buigzaam, driehoekig, op de randen kleine tandjes |
|
Habitus
|
Boomvormig, tot 35 m |
boomvormig, tot 40 m. de takken wijzen omhoog, boomkroon is ijl en laat veel licht door |
Boomvormig, tot 40 m. De takken staan uit als de armen van een kandelaar en laten weinig licht door |
boomvormig, tot 40 m |
struikvormig, vanaf onder rijk vertakt, tot 3,5 m |
meestal struikvormig, kan tot 20 m hoog worden |
Boomvormig, tot 15 m |
Boomvormig, tot 25 m |
Boomvormig, tot 40 m |