Inleiding
Deze determinatiehulp bevat een kenmerkenoverzicht van de verwilderende Picea-soorten in Nederland. Picea-soorten zijn van Abies (Zilverspar) te onderscheiden aan de hand van uitstekende bladkussens op de twijgen. In het veld is dat makkelijk herkenbaar door een paar naalden van de twijg af te trekken. Bij alle Picea-soorten blijft er een stukje houtig bladkussen aan de naalden vastzitten.
Vergelijking
|
Naalden
|
aan beide kanten groen
|
aan beide kanten groen
|
aan onderzijde twee witte strepen
|
aan onderzijde twee witte strepen
|
|
Bladtop
|
spits, stekend
|
stomp
|
stomp of iets spits, niet stekend
|
spits, stekend
|
|
Lengte naalden
|
10-35 mm
|
< 10 mm
|
12-20 mm
|
15-30 mm
|
|
Twijgen
|
kaal, geelbruin
|
behaard, geelbruin
|
behaard, rozebruin
|
kaal, bruin
|
|
Kegelschubben
|
schubben met gegolfde rand, vaak met dubbele top
|
brede gaafrandige schubben
|
gaafrandige schubben
|
schubben getand
|
- Blauwe spar (Picea glauca) komt tot dusver alleen aangeplant in Nederland voor. Ze is van andere Picea-soorten te onderscheiden aan de opvallend blauwe kleur van de naalden.