a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
kaart
Oxychilus alliarius (J.S. Miller, 1822)

Look-glansslak
algemeen | beleid en bescherming | taxonomie

Typering: Huisjesslak (Land)
Herkenning
Huisje tot 7 x 3,5 mm. Glanzend lichtbruin of meer groenbruin, zelden zeer licht tot grijswit. De onderzijde is iets lichter bruin. Plat kegelvormig of samengedrukt schijfvormig, met circa 4 geleidelijk in omvang toenemende windingen. De mondrand is niet continu, dun, onverdikt en niet omgeslagen. De navel is relatief breed en ovaal, tot circa 1/5 deel van de totale breedte. Het oppervlak is glad en glanzend, zonder sculptuur, met alleen vlakke groeilijnen. Het dier is donkergrijs tot zwart, met soms een iets lichtere zool. Een belangrijk kenmerk is dat het dier bij verstoring een zeer sterke uien- of knoflookgeur afscheidt. Dit zou egels en andere slakkenetende predatoren afschrikken. VOORKOMEN Leeft vooral in oudere loofbossen op zandige bodems, tussen valhout en bladeren en in de strooisellaag. Ook bekend uit gemengd loof- / naaldbos en enigszins zure milieus. Vrij algemeen in het hele land, zelden in grotere aantallen bijeen.
Te verwarren met:
Andere Oxychilus-soorten, die echter alle groter worden. Alleen O. navariccus helveticus kan ook een (veel zwakkere) uiiengeur afscheiden.