a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
kaart
Diogenes pugilator (Roux, 1829)

Kleine heremietkreeft
algemeen | beleid en bescherming | literatuur (1) | taxonomie | trend

Typering: Mariene kreeftachtige. Heremietkreeft.
Herkenning
Rugschild (carapax) tot 11 mm, totale lengte tot circa 50 mm (meestal kleiner). Kleur: Vaak grijsblauw of groenachtig met bruine, geelachtige en/of rode vlekken op de tien poten. Heremietkreeften gebruiken een leeg slakkenhuis ter bescherming van het weke achterlijf. Dit dragen ze steeds met zich mee, waarbij in de mondopening van de schelp alleen een deel van het voorlijf met het rugschild, de ogen, kop en schaar- en looppoten zichtbaar is. Van de twee paar voelsprieten zijn vooral de antennen langer (maar nooit zo lang als bij de Gewone heremietkreeft), met daarop dwarsgeplaatste borstelharen (setae). Ogen vaak groen, op vrij lange, dikke oogstelen in ondiepe oogkassen. Rugschild afgerond, vooraan ovaalrond, naar achteren nauwelijks breder wordend. Op beide voor-zijkanten 6-8 zeer kleine stekels. Schuin over het midden loopt een cervicale groeve die het schild optisch gezien in tweeën deelt. Tussen de ogen zit een miniem, naar voren stekend, puntig rostrum. Het achterlijf is zacht, worstvormig en gedraaid. Bij Diogenes pugilator is de linkerschaar aanzienlijk groter dan de rechter (bij veel andere soorten, waaronder de Gewone heremietkreeft Pagurus bernhardus, is juist de rechterschaar het grootst). Behalve de schaarpoten steken uit de opening van het slakkenhuis nog twee paar looppoten. Deze zijn vrij lang en stevig en eindigen in een spitse, puntige dactylus. Aan het voorste deel van het lichaam zitten nog twee potenparen, die aanzienlijk kleiner zijn en stugge haren dragen. Het vierde paar heeft bovendien een onvolkomen schaartje met een veel langere dactylus. Het vijfde paar heeft een miniem compleet schaartje. Op het worstvormige lichaam zitten aan de linkerkant ook tot 4 pootachtige uitsteeksels (pleopoden). Helemaal achteraan zit een klein telson, met daarnaast kleine uropoden. Met de grootste schaar sluit het dier de schelpopening af, wanneer het zich bij gevaar in de schelp terugtrek. De kleinere schaar is de grijpschaar, deze wordt vooral gebruikt om voedsel naar de mondopening te brengen.
Te verwarren met:
Te verwarren met andere Heremietkreeften, met name de Gewone Heremietkreeft Pagurus bernhardus. Bij Diogenes pugilator is echter de linkerpoot groter dan de rechter, bij de Gewone heremietkreeft is dat net andersom. Ook de kleur is anders en de soort blijft veel kleiner dan de Gewone. Deze soort wordt ook wel 'Boksertje' genoemd, omdat ze een dreigende houding kunnen aannnemen waarbij ze een of beide scharen in een bokshouding omhoog houden. De Kleine heremietkreeft maakt onder andere gebruik van de schelpen van de Glanzende tepelhoren, de Gevlochten (en in Zeeland ook de Grofgeribde) fuikhoren, van meerdere soorten Alikruiken en van Wenteltrapjes, Trapgeveltjes en Penhorens. Anders dan bij de Gewone heremierkreeft, zijn de huisjes maar relatief weinig bedekt met Ruwe zeerasp.
Auteurs: 1
 
foto42941
foto42942
foto35562
foto35563
foto35564
foto35565