a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
kaart
Palaemon longirostris H. Milne Edwards, 1837 [in H. Milne Edwards, 1834-1840]

Langneus-steurgarnaal
algemeen | beleid en bescherming | taxonomie | trend

Typering: Mariene kreeftachtige. Garnaal.
Herkenning
Tussen 3 en 7 mm. Kleur: doorzichtig grijswit, al dan niet met een weinig overheersend patroon van overwegend bruine dwarsstrepen over het rugschild en het achterlijf. Geen witte rugstreep. De poten zijn vaak blauwgrijs met geel, op de gewrichten vaak oranje vlekken. Het voorste, verticaal staande deel van het rugschild (rostrum) steekt ver voorbij de ogen en heeft een gezaagd uiterlijk. Het is recht of licht naar boven gebogen. Op de bovenkant staan 7-11 tanden, waarvan twee achter de oogkas, plus vaak nog eentje extra net achter de punt (of de punt is iets ingekeept). Onderaan het rostrum staan 3-6 tanden. Tussen de tanden staan borstelharen (setae). Op de 'wangen' van het rugschild staan aan beide kanten stekels. Van de voelsprieten zijn de antennulen gesplitst, waardoor 3 sprieten ontstaan. De onderste, langste voelsprieten (antennes) hebben aan het begin een horizontaal blad (scaphoceriet) dat net voorbij de helft van de pols (carpus) van de tweede poot komt. De eerste twee paar poten hebben kleine, langwerpige, dunne scharen. De schaarvingers van het tweede potenpaar zijn korter dan de palm, van het eerste paar. Ogen donkerbruin of bijna zwart, weinig uitstekend. Het puntige telson op het staartstuk heeft aan elke zijkant twee stekels.
Te verwarren met:
Palaemon longirostris lijkt op Palaemon serratus, Palaemon elegans en Palaemon adspersus, maar kan onder andere onderscheiden worden door de vorm en lengte van het rostrum en de tanden daarop.
 
foto35566
foto35567