a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
kaart
Colaconema dasyae (F.S.Collins) Stegenga, I.Mol, Prud'homme van Reine & Lokhorst, 1997

Dasya-epifytwier
algemeen | beleid en bescherming | ecologie & verspreiding | taxonomie

Typering: Roodwier (marien)
Herkenning
Tot 5 mm hoog. Thallus (plantvorm) bestaat uit vertakte filamenten die verdeeld zijn in kruipende assen en opgaande assen. Elk filament bestaat in doorsnede uit één rij van cellen (monosifoon). De opgaande filamenten zijn 10-12.5 µm in doorsnede en de cellen zijn cilindrisch (tot 5 keer zo lang als breed). Elke cel heeft een plaatvormige chloroplast die tegen de celwand aanligt, met één pyrenoid. De monosporangia (voortplantingsorganen) staan in rijtjes op de zijtakken (soms in kleine clusters) en zijn langer dan 20 µm.
Te verwarren met:
Deze soort is te verwarren met andere zeer kleine, monosifone (in doorsnede uit één rij cellen bestaande) roodwieren, vooral met andere Colaconema-soorten en Acrochaetium-soorten. Acrochaetium en Colaconema zijn te onderscheiden aan de hand van de chloroplast: beide geslachten hebben één chloroplast per cel, maar bij Acrochaetium is de chloroplast stervormig (met een centrale pyrenoid), terwijl de chloroplast van Colaconema een tegen de wand gelegen plaat is (inclusief een tegen de wand gelegen pyrenoid). Andere kleine roodwieren (zoals Rhodothamniella-soorten en Rhodochorton-soorten) hebben meerdere chloroplasten per cel. Te onderscheiden van andere Colaconema-soorten aan de hand van de clustervorming en lengte van de monosporangia. Hoewel C. dasyae en C. savianum eigenlijk twee verschillende levensfases van dezelfde soort zijn (en dus dezelfde soortnaam zouden moeten dragen), worden de twee fases in de praktijk vaak nog onder aparte namen gehandhaafd.
Controle: Microscopische foto
Auteurs: Luna van der Loos