a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
kaart
Euglesa pulchella (Jenyns, 1832)

Fraaie erwtenmossel
algemeen | beleid en bescherming | ecologie & verspreiding | literatuur (1) | taxonomie | trend en fenologie

Typering: Tweekleppige (Zoetwater)
Herkenning
Schelp tot 3,5 x 3,1 mm. Doorschijnend wit, opperhuid zijdeachtig glanzend, geelbruin tot hoornkleurig. Schelp in omtrek afgerond-eivormig. De top ligt ver achter het midden en steekt nauwelijks boven de bovenrand uit. Buitenzijde met regelmatige ribben. Oppervlak doorboord met duidelijke poriën, die in rijen tussen de ribben zichtbaar zijn maar ook onder de ribben zitten. Slotband inwendig, ligamentgroeve matig lang, in het midden verbreed. In de linkerklep 2 cardinale en 2 laterale tanden, in de rechterklep 1 cardinale en 4 laterale tanden. De cardinale tanden in de linkerklep zijn lang en smal en lopen parallel aan elkaar.
Te verwarren met:
Hoewel dit qua vorm een van de minder variabele erwtenmossels is, zijn er vormen van andere soorten die sterk op de Fraaie erwtenmossel kunnen lijken. Een voorbeeld is de forma pulchelloides van Euglesa milium, die vaak ten onrechte voor deze soort wordt aangezien. De 3-4 wat sterkere ribben om de umbo zijn verder vergelijkbaar met die op de schelp van Euglesa nitida. In het algemeen zijn bij erwtenmossels kenmerken als de algemene vorm en vooral die van de slottanden zelfs voor specialisten ingewikkeld. Deze kunnen bovendien ook vaak individueel binnen de soort verschillen.