a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
kaart
Eualus pusiolus (Krøyer, 1841)

Witgevlekte waaiergarnaal
algemeen | beleid en bescherming | taxonomie

Typering: Mariene kreeftachtige. Garnaal.
Herkenning
Tot 28 mm. Kleur variabel, gewoonlijk doorschijnend met roodbruine, groene, witte en zwarte vlekken en stipjes. Vaak is het pigment in dwarsstrepen gerangschikt, zowel op de lichaamssegmenten als op de poten. De boven de ogen uitstekende, verticaal staande voorzijde van het rugschild (rostrum) is kort, met bovenop 2-5 tanden en een meestal niet gevorkt, spits uiteinde. Op het rugschild staat net onder de oogkas een duidelijke antennale stekel. De onderste voelspriet (antenna) is aanzienlijk langer dan de bovenste. Van de eerste drie lichaamssegmenten is zijkant afgerond, bij het vierde en vijfde eindigt het segment opzij in een punt. Het zesde achterlijfsegment is langer. De middelste achterkant van het staartstuk (telson) is spits, met aan beide kanten circa 3 beweegbare stekels. Op de bovenkant van het staartstuk staan gewoonlijk 4-5 paar beweegbare stekels. Het eerste paar poten is kort, de schaar klein. Het tweede paar poten is langer en de carpus bestaat uit 7 segmenten. De achterste drie paar looppoten zijn gelijk.
Te verwarren met:
Twee andere Eualus-soorten: Eualus occultus (Verscholen waaiergarnaal) en Eualus cranchii (Bonte waaiergarnaal). Verschillen zit ten o.a. in de vorm van het rostrum en het aantal segmenten van het tweede paar poten (bij Eualus cranchii zijn dit er 6, bij E. occultus ook 7).