a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
kaart
Palaemon elegans Rathke, 1837

Sierlijke steurgarnaal
algemeen | beleid en bescherming | taxonomie

Typering: Mariene kreeftachtige. Garnaal.
Herkenning
Circa 30 mm (tot 60 mm). Kleur: doorzichtig met zwarte en helder geelbruine horizontale en scheef verlopende dwarsbanden. Van het rugschild (carapax) is het voorste deel (rostrum) kleurloos, met soms kleine rode kleurspikkels (chromatoforen). Met name op de eerste twee paar poten komen op de gewrichten gele en soms ook blauwe, bruine of zwarte kleurbanden voor. Het rugschild loopt uit in een rechtopstaand, gezaagd, voorbij de ogen strekkend rostrum met een puntig, soms ingekeept uiteinde. De punt steekt maar iets voorbij de steel van de antennula. Bovenop het rostrum tot 9 scherpe, naar voren stekende tandachtige stekels. Daarvan liggen er 3 achter de oogkassen en 3-4 (soms 2) aan de onderzijde. De uit drie delen bestaande antennulen beginnen direct onder het oog en hebben bij de flagel een zijtak. Daaronder liggen de antennen, die ongeveer even lang kunnen worden als het lichaam. Aan de uiteinden van de eerste twee potenparen zit een kleine schaar. Bij het eerste paar is de dactylus qua lengte iets minder dan de helft van de propodus. De merus is iets korter dan de carpus, die weer korter is dan de propodus. Het ischium is zeer kort. Van de zes lichaamssegmenten is het voorste aan de zijkanten afgerond, het vierde en vijfde hebben opzij van het midden een korte inkeping, het zesde heeft opzij een scherpe tand. Van de vier beweegbare tanden aan de achterrand van het telson zijn de middelste bijna drie keer zo lang als de buitenste.
Te verwarren met:
Palaemon elegans lijkt sterk op Palaemon serratus, Palaemon longirostris en Palaemon adspersus, maar kan onderscheiden worden door het aantal tanden op het rostrum (en door microscopische details van de palp van de mandibula, die uit twee segmenten bestaat).
 
foto35686
foto42933
foto35682
foto35683
foto35685
foto42932
foto35681