a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
kaart
Mesopodopsis slabberi (Van Beneden, 1861)

Steeloog-aasgarnaal
algemeen | beleid en bescherming | taxonomie

Typering: Mariene kreeftachtige. Aasgarnaal.
Herkenning
Tot 15 mm. Transparent en kleurloos zonder pigment, uitgezonderd de donkerzwarte ogen. Zeer slanke soort met ogen op opvallend lange, in trompetvorm uitlopende stelen. De beide antenneparen op de kop zijn lang, vertakt en geveerd. De antennulae zijn zeer lang en slank, ruim 18% van de totale lichaamslengte. Vooral aan de randen zijn de antennen en antenulae bezet met relatief lange, fijne en minder fijne haartjes of borstels (setae). De antennale schub is lang en loopt taps toe. Het borststuk (thorax) heeft acht segmenten, elk met een paar poten, waarvan de buitenste een fijne beharing hebben. De kop en de eerste thoraxsegmenten worden bedekt door een zeer smal en relatief kort rugschild (carapax), waarop een groeve/indeuking zit en tussen de ogen uitloopt in een korte punt. Korte pootjes aan het abdomen. Het laatste segment loopt uit in een afgeplat, vertakt staartgedeelte. Het telson ertussenin is niet ingesneden, kort en loopt stomp toe. De lengte is hoogstens anderhalf maal de breedte (bij N. integer is de lengte meer dan tweemaal de breedte). Aan beide uiteinden van de afgeronde punt staat een stekeltje. Vrouwtjes hebben onder hun thorax een broedbuidel waarin eieren en jongen zich ontwikkelen. Aasgarnalen zwemmen meestal in een sterk gebogen houding, met de staart naar onderen.
Te verwarren met:
Diverse andere vlokreeften, waaronder Gammarus pulex (Zoetwatervlokreeft) die echter door deze en andere exoten verdrongen is/wordt.