a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
kaart
Eupithecia lariciata (Freyer, 1841)

Lariksdwergspanner
algemeen | taxonomie | ecologie | herkenning | trend en fenologie | feedback (0)

Familie:Geometridae
Status:bron: Voorlopige Rode Lijst Nachtvlinders 2012bedreigd

Voorkomenbron: Vlinderstichting.nl
Vrij zeldzaam. Komt verspreid over het hele land voor, vooral op zandgronden; op sommige vliegplaatsen talrijk. Dankzij de aanplant van jeneverbes in veel tuinen breidt deze soort zich steeds verder uit. RL: bedreigd.
Herkenning
Kenmerk: Voorvleugellengte: 10-12 mm. De voorvleugel van deze dwergspanner is vrij spits en heeft een duidelijk patroon van vele dwarslijnen. De belangrijkste hiervan is de middelste dwarslijn, die om de vrij kleine middenstip buigt en een haakse hoek maakt. De buitenste lichte dwarsband op de voorvleugel maakt bij de voorrand een vrij scherpe zigzagslinger. Op de bovenkant van het borststuk ligt een wit vlekje, dat echter niet altijd zichtbaar is. Melanistische exemplaren zijn uiterlijk meestal niet van melanistische vormen van andere soorten te onderscheiden; voor een zekere determinatie is in dat geval genitaliënonderzoek nodig.
Kenmerken rups: Tot 21 mm; lichaam groen of roodachtig bruin met op de rug een donkere middenstreep; op de flanken een geelachtig witte of bleek geelachtig groene lengtestreep; bruine vormen hebben soms een brede donkerbruine lengtestreep onder de spiracula; kop bruin of groenachtig bruin.Uiterlijk Porter: 24-26 mm. Lijf lichtbruin of groen met een donkerder ruglijn, een vage subdorsale lijn en een bleke wit- of geelachtige stigmalijn.
Meer informatie op de website van De Vlinderstichting