a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
kaart
Euglesa pseudosphaerium (Favre, 1927)

Sphaeriumvormige erwtenmossel
algemeen | beleid en bescherming | ecologie & verspreiding | taxonomie | trend en fenologie

Typering: Tweekleppige (Zoetwater)
Herkenning
Schelp tot 3,2 x 2,5 mm. Bruingeel of meer strogeel, opperhuid glanzend met vaak roodbruine aanslag. Schelp ovaal tot eivormig en in verhouding tot de meeste andere erwtenmossel plat. De top steekt nauwelijks boven de schelp uit en ligt, afwijkend van de meeste erwtenmossels, niet achter het midden maar meer naar voren, zoals het geval is bij de Hoornschalen. Buitenzijde met zeer fijne regelmatige ribben. Slotband inwendig. Slotplaat smal maar lang, de ligamentgroeve is lang. Slottanden dun, met name de laterale tanden zijn zwak ontwikkeld en smal. In de linkerklep 2 cardinale en 2 laterale tanden, in de rechterklep 1 cardinale en 4 laterale tanden.
Te verwarren met:
Niet volgroeide andere erwtenmossels en jonge exemplaren van sommige soorten hoornschalen. In het algemeen zijn bij erwtenmossels kenmerken als de algemene vorm en vooral die van de slottanden zelfs voor specialisten ingewikkeld. Deze kunnen bovendien ook vaak individueel binnen de soort verschillen.