Ecologie & verspreiding Egelantier en andere soorten uit de Egelantiergroep (Rosa Subsec. Rubigineae), laten zich herkennen aan een zeer sterk beklierd blad, dat bij wrijven naar appeltjes ruikt en dat kaal of licht behaard kan zijn. De bekliering is altijd opvallender dan de beharing. De kliertjes op de onderzijde van de blaadjes zijn kort gesteeld. De beharing is meestal duidelijker op de middennerf en spaarzamer op de rest van het blaadje. De deelblaadjes hebben een brede, min of meer afgeronde basis. De Egelantiergroep bloeit vrij laat, meestal pas in juni. Egelantier laat zich van de algemenere Schijnegelantier (Rosa x gremlii) en de zeldzamere Kleinbloemige roos (Rosa micrantha) onderscheiden door de vrij grote bottels met lang blijvende, opgerichte kelkbladen, een stijlkanaal met een diameter van 1,2 tot 2,5 mm en viltig behaarde stijlen van het hoedtype.Ā
CC-BY-SA 3.0Ā Jan Klinckenberg, 2025
|
EcologieBodemZonnige plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke grond (zand, mergel, leem, klei en stenige plaatsen).
GroeiplaatsHagen, struwelen, bosranden, zeeduinen (duinstruweel), grindstranden, bermen, hoge zandige uiterwaarden en kalkhellingen.
Bron:
Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NLVerspreidingNederlandEgelantier is zeldzamer dan de Schijnegelantier. Egelantier is in Nederland en Belgiƫ waarschijnlijk vrij zeldzaam op kalkrijkere bodems in de duinen en bijvoorbeeld op dijken en in struwelen langs de grotere rivieren. Egelantier wordt ook veel aangeplant in hagen en heggen en kan daaruit ook gemakkelijk verwilderen.
VlaanderenWalloniƫWereldEgelantier is inheems in West- en Midden-Europa tot in Zuid-Scandinaviƫ, in Noordwest-Afrika en Zuidwest-Aziƫ. Egelantier is aangevoerd of ingeburgerd in Australiƫ, Nieuw-Zeeland, Noord- en Zuid-Amerika en Zuid-Afrika. Omdat de Egelantier vaak verwisseld wordt met de Schijnegelantier is de verspreiding niet goed bekend.
Bron:
Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NLLiteratuurBakker, P.A., N.C.M. Maes & J.D. Kruijer (2011) De wilde rozen (
Rosa L.) van Nederland.
Gorteria 35: 1-173
Bomble, F.W. (2009) Die Bedeutung
Rosa tomentella Ƥhnlicher Blattoberseiten in der Taxonomie von
Rosa sect. Caninae subsect. Caninae.
Floristische Rundbriefe 43: 65-79
Buiteveld, J., A. Smolka & M.J.M. Smulders (2024) Genotyping of autochthonous rose populations in the Netherlands for effective ex situ gene conservation management.
Horticulturae 10: 777-
Foerster, E. & W. Schnedler (1977) Schlüssel zum Bestimmen det mitteleuropäische Wildrosenarten.
Gƶttinger Floristische Rundbriefe 11 Beibl. 6: 1-1
Gevers Deynoot, P.M.E. (1853) Rosa rubiginosa - Eglantier-Roos
Flora Batava 11: 822-822
Klinckenberg, J. Bakker, P (2025)
Sleutel voor de wilde rozen van Nederland. Loos, G.H. (2003) Ein notwendiger Paradigmenwechsel in der Taxonomie der Wildrosen.
Floristische Rundbriefe 36: 97-107
Maes, N.C.M. (2013)
Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen-Herkenning, verspreiding, geschiedenis en gebruik. Boom
Müller, R. (1990) Die Wildrosen im Landkreis Harburg, Niedersachsen.
Floristische Rundbriefe 24: 114-117
Sloff, J.G & J.L. van Soest (1938) Het fluviatiele district in Nederland en zijn flora.
Nederlandsch kruidkundig archief. Serie 3 48: 199-249
Pagina's in standaardwerkenAtlas van de Nederlandse Flora 1:
173, 174Atlas van de Nederlandse Flora 3:
183, incl. Rosa micrantha Sm. en Rosa agrestis SaviFlora Batava 11:
plaat 0822Heukels' Flora van Nederland, 23e ed.:
382Heukels' Flora van Nederland, 24e ed.:
383Nederlandse Oecologische Flora 2:
70Wilde-Planten.nl:
paginadeze soort in de Zadenatlas van Nederland Beschrijvingbron: Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra Stengels De rechtopstaande takken hebben brede haakvormig gekromde stekels en soms ook naaldvormige stekels.
Bladeren De bladeren zijn vijf- of zeventallig met vrij kleine eironde, enkel of dubbel gezaagde deelblaadjes, die aan de bovenkant glanzend en van onderen dicht bezet met klieren zijn. Bij wrijven verspreiden ze een zoetzure appelgeur.Ā De bladrand is enkel of dubbel gezaagd.
Bloemen Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen zijn helder roze met een bijna witte nagel. De bloemen zijn zoān 3-4 cm in doorsnede. De bloemsteel is korter dan de bottel, zoān 1-1,5 cm lang en beklierd. De kelkbladen zijn onderaan zeer sterk roodbeklierd.Ā
Vruchten Een vlezige schijnvrucht. De eivormige bottel is meestal met gesteelde klieren bezet. De beklierde bottelsteel is 1-1,5 cm lang en korter dan de bottel. De kelkbladen zijn rechtopstaand tot afstaand en lang blijvend. Het is geen uitzondering dat er zelfs na de winter nog enkele bottels aangetroffen worden waarop de kelkbladen nog altijd aanwezig zijn. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).
Bron:
Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL
Atlasblokken met waarnemingen
Het aantal atlasblokken (5x5 km) waarin de soort is gemeld binnen een periode van vijf jaar (vanaf 1980) of twintig jaar.
Niet gecorrigeerd voor waarnemersinspanning en het aantal doorgegeven waarnemingen kan sterk variƫren per periode,
dus een trend in verspreiding kan hier niet direct uit worden afgelezen. Het opgegeven jaartal is het eerste jaar van de
periode. Bron: gevalideerde waarnemingen uit de NDFF.
Ā© FLORON & NDFF
download hoge resolutieFenologie bloeiend
Fenologie vruchtdragend
Bron: FLORON - Gemodelleerd op basis van waarnemingen uit de NDFF voor de periode 2000-2021.