Ecologie & verspreiding Wigbladige roos (Rosa elliptica) behoort tot de Egelantiergroep (Rosa Subsec. Rubigineae). De groep laat zich herkennen aan een zeer sterk beklierd blad, dat bij wrijven naar appeltjes ruikt en dat kaal of licht behaard kan zijn. De bekliering is altijd opvallender dan de beharing. De kliertjes op de onderzijde van de blaadjes zijn kort gesteeld. De beharing is meestal duidelijker op de middennerf en spaarzamer op de rest van het blaadje. De maximaal 1 cm brede deelblaadjes hebben een wigvormige bladvoet en overlappen elkaar niet. Dit heeft de Wigbladige roos gemeen met de Kraagroos (Rosa agrestis) en Schijnkraagroos (Rosa x inodora). De andere rozen uit de Egelantiergroep hebben een brede, min of meer afgeronde bladvoet.Â
De doorsnede van het stijlkanaal bedraagt 1,2 tot 2,0 mm. De wollig behaarde stijlen hebben de hoedvorm. Bloemkroon is roze tot dieproze. De bottelsteel is kaal of zwak beklierd en even lang als de bottel. Kelkbladen zijn na de bloei steil opgericht en blijven tot na de bottelrijping. De bladspil is wollig behaard en beklierd.
CC-BY-SA 3.0Â Jan Klinckenberg, 2025
|
EcologieBodemZonnige tot half beschaduwde plaatsen op droge, kalkrijke grond.
GroeiplaatsBosranden, (duin-)struwelen en heggen.
Bron:
Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NLVerspreidingNederlandWigbladige roos komt in Nederland zeer zeldzaam voor in de kalkrijke duinen en in Zuid-Limburg.
VlaanderenNiet in Vlaanderen.
WalloniëIn België is er slechts 1 vindplek; bij Torngy in een kalkgrasland in het uiterste zuidelijke puntje van Wallonië.
WereldWigbladige roos komt vooral in bergachtige streken in Europa voor, maar ontbreekt er bijvoorbeeld in het hoge noorden, Groot-Brittannië, Ierland en veel mediterrane eilanden. Op Corsica staat Wigbladige roos als uitgestorven bekend.Â
Bron:
Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NLLiteratuurBakker, P.A., N.C.M. Maes & J.D. Kruijer (2011) De wilde rozen (
Rosa L.) van Nederland.
Gorteria 35: 1-173
Bomble, F.W. (2009) Die Bedeutung
Rosa tomentella ähnlicher Blattoberseiten in der Taxonomie von
Rosa sect. Caninae subsect. Caninae.
Floristische Rundbriefe 43: 65-79
Buiteveld, J., A. Smolka & M.J.M. Smulders (2024) Genotyping of autochthonous rose populations in the Netherlands for effective ex situ gene conservation management.
Horticulturae 10: 777-
Foerster, E. & W. Schnedler (1977) Schlüssel zum Bestimmen det mitteleuropäische Wildrosenarten.
Göttinger Floristische Rundbriefe 11 Beibl. 6: 1-1
Klinckenberg, J. Bakker, P (2025)
Sleutel voor de wilde rozen van Nederland. Loos, G.H. (2003) Ein notwendiger Paradigmenwechsel in der Taxonomie der Wildrosen.
Floristische Rundbriefe 36: 97-107
Maes, N.C.M. (2013)
Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen-Herkenning, verspreiding, geschiedenis en gebruik. Boom
Müller, R. (1990) Die Wildrosen im Landkreis Harburg, Niedersachsen.
Floristische Rundbriefe 24: 114-117
Beschrijvingbron: Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra Stengels De takken staan rechtop. Met brede, haakvormig gekromde stekels, dus zonder naaldvormige stekels.
Bladeren De bladeren zin vijf- of zeventallig. De maximaal 1 cm brede deelblaadjes hebben een wigvormige bladvoet en overlappen elkaar niet. Het blad is sterk beklierd en ruikt bij wrijven naar appeltjes. De bekliering is altijd opvallender dan de beharing. De kliertjes op de onderzijde van de blaadjes zijn kort gesteeld. De beharing is meestal duidelijker op de middennerf en spaarzamer op de rest van het blaadje.
Bloemen Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen zijn rozerood. De kelkbladen staan rechtop.
Vruchten Een vlezige schijnvrucht. De doorsnede van het stijlkanaal bedraagt 1,2 tot 2,0 mm. De wollig behaarde stijlen hebben de hoedvorm. De bottelsteel is kaal of zwak beklierd en even lang als de bottel. Kelkbladen zijn na de bloei steil opgericht en blijven tot na de bottelrijping. De zaden zijn zeer kortlevend (< 1 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).
Bron:
Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL
Atlasblokken met waarnemingen
Het aantal atlasblokken (5x5 km) waarin de soort is gemeld binnen een periode van vijf jaar (vanaf 1980) of twintig jaar.
Niet gecorrigeerd voor waarnemersinspanning en het aantal doorgegeven waarnemingen kan sterk variëren per periode,
dus een trend in verspreiding kan hier niet direct uit worden afgelezen. Het opgegeven jaartal is het eerste jaar van de
periode. Bron: gevalideerde waarnemingen uit de NDFF.
© FLORON & NDFF
download hoge resolutie