Taxonomie & herkenning
Dit is de type-variëteit van Crepidotus cesatii, die gekenmerkt wordt door bijna bolvormige sporen met Q < dan 1,3, voornamelijk op loofhout groeiend en met vaak gekrulde hoedhuidhyfen. De beide variëteiten, die door Senn-Irlet (1995) zijn onderscheiden, zijn als volgt te herkennen: — Sporen bijna bolvormig, Q = 1,1-1,25, op loofhout, zeer zelden op naaldhout, hyfen van de hoedhuid vaak gekruld . . . . . . . . var. cesatii — Sporen b reed ellipsoid , Q = 1,25-1,4, op naaldhout, zelden op loofhout, hyfen van hoedhuid meestal recht . . . . . . . . . . . . . . . . . var. subsphaerosporus De variëteiten kunnen alleen microscopisch uit elkaar worden gehouden. Afgaan op loof- dan wel naaldhout als substraat is onbetrouwbaar! Sporen altijd meten bij (ten minste) 1000x vergroting (olie-immersie). Niet alle auteurs volgen de opdeling in twee variëteiten; sommigen (waaronder Veraghtert 2025) beschouwen de var. subsphaerosporus als zelfstandige soort met de naam C. kubickae Pilát.
AnnaElise Jansen, 2026 CC-BY-SA 3.0
|