Taxonomie & herkenning
Alle oorzwammetjes zijn niervormige/oorvormige, kleine tot middelgrote paddenstoelen met licht- tot donkerbruine sporee. De steel is zijdelings en heel kort of afwezig; de hoedjes zijn zittend aangehecht. Ze groeien vaak in groepen, op dode plantendelen. Het Roze oorzwammetje C. roseoornatus, is een geheel roze, kleine paddenstoel van 4-8 mm doorsnede. Van onderaf gezien is de hoed niervormig. Van de zijkant gezien zijn de hoedjes hangend. Een steeltje is bij jonge exemplaren nog wel te zien, deze is zijdelings en heel kort. Bij oudere exemplaren ontbreekt een steel en dan zijn de hoedjes zijdelings of schijnbaar dorsaal aangehecht. De hele paddenstoel is roze of iets grijzig roze, met wit tomentum (wollige of wollig-pluizige beharing) bij de aanhechting. Door de roze kleur en de kleine afmetingen is de paddenstoel macroscopisch meestal herkenbaar maar microscopische check is niettemin vereist gelet op de zeldzaamheid. De belangrijkste microscopische kenmerken zijn de aanwezigheid van gespen en de ruwe, breed pitvormige, bijna bolvormige sporen van 6-7(-8) x (4,5-)5-6,5 µm, Q = 1,19-1,31. Cheilocystiden zijn talrijk, 20-38 x 6-9(-12) µm, cylindrisch, clavaat, met talrijke, vingervormige uitsteeksels. Hyfen van hoedhuid glad, zonder incrustaties. [Tekst naar Senn-Irlet 1995 en Consiglio & Setti 2008]
Anna Elise Jansen, 2026 CC-BY-SA 3.0
|