a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
kaart
Feldmannia globifera (Kützing) G.Hamel, 1939

algemeen | beleid en bescherming | ecologie & verspreiding | taxonomie

Typering: Bruinwier (marien)
Herkenning
Tot 15 mm hoog. Thallus (plantvorm) vormt toefjes die bestaan uit filamenten (één celrij dik). De basis is filamenteus en groeit endofytisch in Viltwier (Codium fragile). De filamenten die wel te zien zijn (uit Viltwier stekend), zijn voornamelijk vertakt aan de basis. De diameter van de cellen is maximaal 40 µm, naar de top toe neemt de diameter geleidelijk af tot 15 µm. De chloroplasten zijn schijfvormig en liggen tegen de celwand aan. De voortplantingsorganen (sporangia) zijn pluroloculair (samengesteld uit hokjes) en ovaal.
Te verwarren met:
Deze soort is te verwarren met andere bruine, draadvormige algen, vooral met andere Feldmannia-soorten. In Nederland komen veel soorten bruinwieren voor die klein en draadvormig zijn en onderscheid kan vaak alleen worden gemaakt met behulp van een microscoop. Hierbij moet onder andere worden gelet op de chromatoforen en de voortplantingsstructuren. Soorten uit het geslacht Ectocarpus, Spongonema, Mikrosyphar, Waerniella, Laminariocolax en Ulonema hebben bijvoorbeeld maar één of enkele chromatoforen per cel. Soorten uit het geslacht Pylaiella, Herponema, Hincksia en Acinetospora hebben net zoals Feldmannia meerdere chromatoforen per cel. Deze soort verschilt van Feldmannia irregularis door de grotere filament-diameter en vorm van sporangia (F. irregularis heeft kegelvormige sporangia). Feldmannia mitchelliae verschilt van beide andere Feldmannia-soorten in de groeiwijze: F. mitchelliae groeit namelijk epifytisch en beide andere soorten groeien endofytisch in Viltwier.
Controle: Microscopische foto
Auteurs: Luna van der Loos