Taxonomie & herkenning
Onderzoek van Spirin et al. (2021) heeft uitgewezen dat Megalocystidium leucoxanthum een soortencomplex betreft. De “echte” M. leucoxanthum is een soort die alleen bekend is van de niet-inheemse elzen Alnus alnobetula en A. hirsutum in subalpiene en subarctische gebieden. Het voorkomen van M. leucoxanthum in Nederland is daarom uiterst onwaarschijnlijk. Vermoedelijk betreffen de 28 Nederlandse vondsten de nieuw beschreven soorten M. salicis en/of M. olens (een andere van dit complex, M. perticatum, is waarschijnlijk een meer oostelijke soort).
Deze soorten kunnen als volgt worden onderscheiden: — M. olens: opvallende anijsgeur, vaak weinig gloeocystidia, sporenlengte 11-16 um, op loofbomen o.a. wilg — M. salicis: sporenlengte gem. <= 13,6 um (10-17, gem. 11.2–13.6), geen anijsgeur, meestal op wilg of populier — M. perticatum: sporenlengte gem. > 13,6 um (11-19, gem. 13.7–15.7), geen anijsgeur, meestal op wilg soms populier Forma salicis werd in het verleden onderscheiden als een kortsporige vorm (12-15 um, Eriksson & Ryvarden 1975) die het meest overeenstemt met de in 2021 beschreven Megalocystidium salicis. Mogelijk zullen herbariumcollecties uitsluitsel geven welke van deze in Nederland voorkomt.
Eduard Osieck, 2026 CC-BY-SA 3.0
|